Een ongenuanceerde toon

IMG_20150220_224406

Mijn hart maakt overuren. De zaal gaat op en neer voor mijn ogen. Een microfoon bereikt mijn hand. Ik sta op het punt om Louise Fresco een vraag te stellen. Een paar weken geleden las ik haar boek en nu zit ik hier. Als ik de miniscule oproep op de laatste pagina van het universiteitsblad niet had gezien was het nooit zo ver gekomen. Toeval speelt een grote rol, zoals ook Louise zelf een paar minuten geleden beaamde. Haar leven was heel anders gelopen als haar ouders de Voetbal International hadden gekocht in plaats van het blad dat haar aan het denken zette.

“Uhm, nou kijk, die meneer daarnet zei dat u altijd zo genuanceerd bent. Ik ben het daar op zich wel mee eens. Nu vroeg ik me af of u altijd al zo genuanceerd bent geweest. U bent nu grijs, was er ooit ook een periode van zwart en wit in uw leven?” Achteraf weet je het natuurlijk altijd beter. De keuze voor de vergelijking met kleuren was ongelukkig, natuurlijk is Louise Fresco niet grijs. De toon van “ik ben het daar op zich wel mee eens” doet denken aan een gesprek tussen gelijken, terwijl ik nog maar een nietsbetekenende student ben. De hele vraag komt zo rebels over, en dat was helemaal niet de bedoeling. Wel spreken na afloop een paar mensen mij aan om te zeggen dat ze de vraag goed vonden. Een schrale troost.

En nu doet de toon van de vorige alinea weer vermoeden dat ik spijt heb. Ik heb geen spijt. Ik ben stomverbaasd dat er überhaupt iets zinnigs uit mijn mond kwam. Een coherente, duidelijke, doch iewat ongenuanceerde vraag waar een onverstaanbaar gebrabbel meer waarschijnlijk was. Dat is toch op zijn minst een succes te noemen.

En dan heb je de vraag gesteld. Haar antwoord herinner ik me niet meer zo goed. Ik meen dat Louise eerst krachtig ontkent grijs te zijn. Daarna schreeuwt een vrouw: “vijftig tinten grijs!”. Het hek is van de dam. Volgens mij zegt Fresco daarna nog iets over de nuancerende invloed van de wetenschap. Het gaat verloren in het tumult.

Een echt antwoord op de vraag kreeg ik dus niet. Dat komt ook gedeeltelijk omdat ik iets anders bedoelde dan ik zei. Ik doelde helemaal niet op de waarde van de nuance. Ik vroeg me af hoe zij dacht toen ze zo oud was als ik nu ben. Had ze toen idealen waar ze onverzettelijk voor stond? Opvattingen waar geen discussie over mogelijk is? Ideeën waar de twijfel absoluut niet aan kan tornen omdat ze gewoon waar zijn?

Met die vragen doel ik eigenlijk gewoon op mezelf. Mijn leven is nu een afwisseling van perioden waarin ik zeker weet wat goed is en perioden waarin ik daar ernstig aan twijfel. Hierbij moet ik zeggen dat dit geen evenwichtsproces is. Het is meer een aflopende reactie waarbij zekerheden veranderen in twijfels met als katalysator de boeken die ik lees, de gesprekken die ik voer en de inzichten die ik krijg.

Kortom, een verschuiving in de richting van de nuance. Zoals Fresco gisteren meermalen zei: het is nooit of of. Het is wel een beetje van het één en een beetje van het ander.

Laat ik dit incoherente verslag van het interview beëindigen met te zeggen dat ik Louise Fresco bewonder. Na afloop zei een man aan de bar tegen mij dat zij het allemaal door heeft. Ze begrijpt de menselijke neigingen en driften en kan haar kracht daardoor inzetten voor de goede zaak. Op het einde vroeg Frenk wanneer het leven van Louise geslaagd is. Nooit of altijd, zegt ze. Zelfs haar nuance is geen zaak van alles of niets.

Groene tunnelvisie

IMG_5016

Mijn brein staat weer eens in de nadenkmodus. Met de inhoud van “Hamburgers in het paradijs” net achter de kiezen rijd ik in een busje over het Vaanplein. De laatste maanden lijken wel een tijd van ontgoocheling. Dacht ik net een beetje te weten wat goed is voor mij en de aarde, blijkt het allemaal toch iets genuanceerder te zijn.

De objectieve maar toch hartverwarmende beschrijving van de voedselsituatie in de wereld heeft mij niet onberoerd gelaten. De logica van Louise Fresco spreekt me wel aan, evenals haar menselijkheid wanneer ze toegeeft zelf ook regelmatig te vallen voor het biologische droombeeld. Het hele boek is één grote lofrede op de gulden middenweg. Geen gedachteloze intensivering maar ook geen terugkeer naar de kleinschalige landbouw. Geen ongefundeerd pessimisme maar ook geen blind optimisme. Wel een vereniging van het beste van twee werelden en een positieve doch kritische blik op de toekomst.

Ik vraag aan mijn oom achter het stuur of hij denkt dat de planeet ten onder gaat. “Maar natuurlijk!” schreeuwt hij. “Ik weet niet wanneer, en hoe, maar dat het gaat gebeuren is zeker!” Herformulering van de vraag. Ik bedoelde niet de kosmische gebeurtenis waarbij de de zon verwordt tot een rode reus en de aarde opslokt. Ik vraag of hij zich zorgen maakt over de invloed van de mens op ecosystemen en of hij denkt dat de kritische grens van draagkracht bijna bereikt is. “Weet je jongen, we kunnen ons er wel druk over maken, maar het gaat toch wel door.”

Ik kijk naar de eindeloze stroom auto’s op weg naar nergens en geef mijn oom gelijk. Een paar dagen geleden bedacht ik me het volgende al: als ik de olie, het gas en de kolen niet opmaak, dan doet die yup uit de Chinese middenklasse het wel, hij die zijn hele leven heeft gesmacht naar een paradijselijke overvloed die nu eindelijk beschikbaar is.

Het stemmetje in mijn hoofd is het met deze gedachtegang toch niet helemaal eens. “Zwakkeling! Gooi je het bijltje er nu al bij neer? Waar is het idealisme gebleven, het vertrouwen in een betere wereld? Waar is de gedreven Bram, die denkt dat hij de wereld kan veranderen? Waarom is alles onderhandelbaar in jouw wereldbeeld, wanneer ga je eens je hakken in het zand zetten? Hoe kan je leven met zo veel onzekerheid over wat goed is?”

Nou, verrassend goed eigenlijk. Een uitgangssituatie van permanente onzekerheid, een wereldbeeld waarin niets vast staat en alles bewegelijk is en een overtuiging dat er geen absolute waarheid is, geven allen gigantisch veel vrijheid. Vrijheid om te genieten, vrijheid om innerlijke rust te voelen, vrijheid om alle mogelijke invalshoeken van een situatie te overdenken. Soms ervaar ik zelfs de vrijheid van het niet-denken, maar die momenten zijn nog schaars.

De werkelijkheid is zeer eenvoudig, tot een mens het met woorden probeert te beschrijven. Zonder woorden is alles er gewoon, bestaan goed en kwaad niet, kan er geen sprake zijn van begin en einde. Zonder woorden is er geen verleden, geen toekomst en is er al helemaal geen doel of nut van wat dan ook. Het jammere feit is dan ook dat ik hier probeer om met woorden iets over te brengen. Natuurlijk kan ik ook gewoon een website maken die slechts een witte pagina weergeeft. Helaas denkt het grootste deel van de bezoekers dan waarschijnlijk dat er iets mis is met de Wifi.

Rijdend door Rotterdam realiseer ik me dat ik gehersenspoeld was. Uren bracht ik door op het internet, las artikelen over gezond eten, ecologisch leven en de planeet redden. Selectief winkelde in in de informatie die beschikbaar was. Wanneer ik dan toch iets las dat inging tegen mijn wereldbeeld, kon ik zo beredeneren dat het een flutartikel was.

Ik zeg niet dat we in Landrovers in de file moeten gaan staan, gebogen over het scherm van onze iPhone de waan van de dag consumerend. Al dat geneuzel over een mooiere planeet zal best een kern van waarheid bevatten. Ik vertel slechts dat ik ten prooi ben gevallen aan groene tunnelvisie.

Van een groot leermeester kreeg ik de volgende boodschap: “de waarheid is een constructie, jij niet.” Volgens mij begin ik het te begrijpen.