Een week zonder Facebook

IMG_3882

Op 31 december, tijdens een retraite, volg ik een workshop zenmeditatie. Tussen de twintig en dertig mensen zitten in een grote cirkel. Onder elke achterwerk schuilt een klein meditatiekussentje, de benen zijn zorgvuldig opgevouwen. De leraar is een jonge man met een Aziatisch uiterlijk. Aan de lenigheid in zijn houding is te zien dat hij al vele uren op het kussentje heeft doorgebracht. Hij vertelt over de kracht van dagelijkse meditatie en over de principes van zen.

De afgelopen twee jaar heb ik zo nu en dan gemediteerd. Vooral op dagen met veel vrije tijd had ik zo nu en dan de neiging om een wekker op een uur te zetten en met gesloten ogen op een stoel te gaan zitten. Meestal voelde ik me behoorlijk goed na zo’n uurtje. Toch was dit zeer sporadisch. De enige periode dat ik echt elke dag mediteerde, was een week in een Boeddhistisch klooster. In de normale weken nam ik er de tijd niet voor.

Tenminste, totdat ik deze nieuwe retraite inging. Precies een jaar na de week in het Boeddhistisch klooster trok ik me weer een week terug, dit keer in een christelijk dominicanenklooster. Het regelmatige dagprogramma, het fijne gezelschap, de mooie plek, het gaf me allemaal een grote innerlijke rust. Ik realiseerde me dat ik me weer net zo voelde als een jaar daarvoor, maar dat ik me daartussenin slechts op bijzondere momenten zo voelde. Ik vroeg me af hoe ik na de retraite het goede gevoel kon doorzetten.

De workshop zenmeditatie gaf me daar concrete handvatten voor. De leraar vertelt dat meditatie lijkt op tandenpoetsen: elke week heeft al nut, maar elke dag is nog beter. Door dit voorbeeld en wat hij eromheen vertelt, realiseer ik me dat ik mezelf op “spiritueel” gebied heb verwaarloosd in het afgelopen jaar. Dit ging niet onbewust: ik had heel duidelijk de overtuiging dat ik mezelf geen structuren wilde opleggen. In de vorige post schreef ik over een spontane productiviteit die ik van mezelf verwachtte. Je zou kunnen zeggen dat ik op spiritueel gebied een spontane verlichting verwachtte. Maar achteraf vind ik beide verwachtingen nogal optimistisch. Je tanden poetsen zich toch ook niet vanzelf?

En zo gebeurde het dat ik mezelf tijdens de workshop voornam om voortaan dagelijks twee keer twintig minuten te mediteren. Het is nu een week later en ik heb nog geen sessie overgeslagen. Ook voel ik daar absoluut niet de neiging om dat wel te doen. Ken je dat gevoel in je mond, wanneer je na drie dagen niet tandenpoetsen je mond eens flink uitborstelt met een frisse tandpasta? Dat gevoel gaf de meditatie mij, elke ochtend en avond weer.

Nu mist u natuurlijk de link met de titel. Die is er wel: nadat ik de meditatiegewoonte had opgestart, ben ik verder gaan denken. Welke gewoontes wil ik in mijn leven inbouwen en welke wil ik juist afleren? Het eerste wat me te binnen schiet, is mijn schandalige Facebookgewoonte. Minstens twintig keer per dag kijk ik op Facebook. Hersenloos blader ik het nieuwsoverzicht door, druk als een geconditioneerde aap op de meest aantrekkelijke clickbaits. Daar wilde ik dus vanaf. Het plan: een week geen Facebook, op een dagelijkse controle voor meldingen na.

Net als de meditatie geeft dit me een erg fris gevoel. Een fijn bijeffect was de toename in productiviteit. Ik was gewend om altijd op Facebook te kijken voordat ik aan een taak begon. Volkomen stupide, maar het gaf een soort gevoel van comfort. Nu ik dat niet meer mocht doen, restte mij weinig anders dan gewoon aan mijn taken werken.

Vorige week schreef ik al: “…dat dingen niet vanzelf gaan en je jezelf soms iets moet opleggen om tot een oplossing te komen.” Toen ging het over productiviteit. In deze blog heeft het betrekking op de introductie van een goede gewoonte en de beëindiging van een slechte. In een week heb ik al meer veranderd in mijn dagelijkse gewoontes dan in de vijf maanden ervoor bij elkaar. En ik zou mezelf niet zijn als ik nu zou stoppen. Andere ideeën voor wekelijkse experimenten zijn: tijdens zittend werk om het half uur kikkersprongen maken, extreem zuinig zijn met gebruiksvoorwerpen (om bij het voorbeeld te blijven: ik gebruik altijd drie keer zoveel tandpasta als ik nodig heb) en mijn nagels knippen in plaats van afbijten. Inderdaad, vrij ordinaire zaken, maar toch de moeite van het veranderen waard.

De zenleraar vertelt waarom je bij zen met open ogen mediteert. Dit heeft een symbolische waarde: meditatie is volgens deze stroming namelijk geen terugtrekking, maar een intensivering van je contact met de wereld. Iets dergelijks kan ik ook zeggen over mijn experimenten: ik beperk mezelf niet, maar geef mezelf juist de vrijheid om te worden wie ik wil zijn.

 

Dingen gedaan krijgen

IMG_2235

De afgelopen maanden worstelde ik met stress en uitstelgedrag. Ik had op elk moment het idee dat ik erg veel moest doen, ook in de weekeinden. Dus besloot ik op een moment om een productiviteitssysteem te adopteren. De kern is dat je voor elke dag een takenlijstje maakt. Een ander onderdeel is dat je elke avond opschrijft hoe de dag ging. Het bracht wat verlichting en ik kreeg een gevoel van controle. Toch bewijzen onderstaande fragmenten dat het niet DE oplossing is voor mij.

“Het is een stom gevoel, ik heb een soort van alle taken van vandaag af, maar toch het gevoel dat het niet genoeg is.”

“Ik voel op deze zondagmiddag weer in een valstrik dreig te stappen: niet duidelijk gedefinieerd wat ik wil doen en daardoor met een vaag en onrustig gevoel ontwijkend gedrag vertonen.”

“Raar dat ik vanochtend niet gewoon meteen begonnen ben met leren maar uitstelgedrag heb vertoond. (…) Ik kijk op tegen leren, stel het uit en kom daardoor niet aan andere zaken toe.”

“Vaag en onbestemd gevoel vandaag, absoluut niet de flow van gisteren.”

De weken gleden weg in vergetelheid, ik kreeg wel het één en ander voor elkaar, maar echt gemakkelijk ging het nog niet. Er waren goede dagen, er waren slechte dagen maar de tendens is dat ik in mijn hoofd heel veel bezig was met de vraag: wat wil ik doen, wanneer doe ik dat en hoe voorkom ik dat ik ten onder ga aan eindeloze gedachten over de eerste twee vragen?

De adoptie van bovengenoemde systeem was al een grote stap. De maanden daarvoor heb ik mezelf namelijk wijsgemaakt dat ik wil leven zonder systeem, zonder regels, zonder planning. Ik had een ideaalbeeld van een soort spontane productiviteit. Ik wilde mezelf niets opleggen, wilde vrijheid voelen. Achteraf gezien beperkte ik mijn vrijheid in door dit ideaalbeeld. Omdat ik geen systeem had, draaide mijn hoofd continu op volle toeren om bij te houden wat ik allemaal moest doen. Dit waren vaak ongedefinieerde gedachten, in de trant van: “o ja, dat essay, en die administratie, o ja en ook nog dat kopen, shit nu ik er aan denk moet ik die opdrachten nog maken, o wacht daar moet ik ook nog aandacht aan besteden, verdorie, ik heb dat al een week niet meer gedaan. AAAAAAAARCH!”

Het was duidelijk, er moest iets gebeuren. Toch was het genoemde systeem niet de oplossing, omdat het me nog geen overzicht gaf van al mijn verantwoordelijkheden, taken en afspraken. Een rigoureuzer oplossing leek noodzakelijk.

Die oplossing diende zich tijdens de kerstvakantie aan in de vorm van het “Getting things done” systeem. Het gaat te ver om alle ins en outs uit te leggen, maar de kern is dat je je hoofd constant leegmaakt. Elke gedachte stop je in een inbox. Die inbox leeg je regelmatig, je stopt dan elke gedachte op de juiste plek in het systeem, zodat je precies weet wat wel een taak is en wat niet. Het systeem vertelt je vervolgens precies wat je nog moet doen. Dit “systeem” is voor mij een computerprogramma, maar het kan ook een notitieboek zijn.

Ik neem mezelf altijd voor om niet te overmoedig te zijn. Toch voelt dit systeem als de oplossing voor een probleem waar ik maanden mee worstelde. Ik heb weer ruimte in mijn hoofd gekregen, waardoor ik bijvoorbeeld weer de rust heb om te schrijven op deze website.

De paradox is natuurlijk dat ik juist door een streng systeem veel meer vrijheid ervaar. Dat is wel een inzicht wat ik deze kerstvakantie heb gekregen, dat dingen niet vanzelf gaan en je jezelf soms iets moet opleggen om tot een oplossing te komen.

Het is nu zondag, en morgen begint een nieuwe periode op de universiteit. Ik ben erg benieuwd of ik de vloed aan verplichtingen en opdrachten nu wel aankan en veel doe zonder het idee te hebben dat ik veel moet doen.