Effectieve tijd in de bioscoop

IMG_20141219_135103

Vrijheid kan beangstigend zijn. De vakken die ik nu volg, leggen de studenten nauwelijks verplichtingen op. In groepjes werken we aan ons eigen voedingsonderzoek waarbij we zelf de tijd in kunnen delen. Over een paar weken is de eindpresentatie en moet het verslag af zijn.

Het is natuurlijk niet gek dat juist dit de laatste verplichte vakken van de bachelor zijn. Ze laten ons alvast merken hoe het is om aan je thesis te werken of aan je promotieonderzoek. De vaste structuur van colleges en werkcolleges heeft plaatsgemaakt voor een variabele structuur met afspraken met experts, vergaderingen met je groepje en werktijd in de bibliotheek.

Voor mijn gevoel werk ik nu uiterst effectief aan de vakken. Waar ik (onderzoeks)projecten eerst als één grote, enge, berg werk zag, begin ik nu gewoon elke dag opnieuw en kom zo elke dag een stukje verder. In de afgelopen week heb ik bijvoorbeeld aan de inleidingen van de verslagen gewerkt. Dat houdt in dat ik een aantal relevante wetenschappelijke artikelen uitprint, die doorlees en de belangrijkste informatie op een overzichtelijke manier presenteer om de relevantie van ons onderzoek aan te tonen.

Dit klinkt eenvoudig, maar het heeft even geduurd voordat ik deze werkdynamiek beheerste. Als ik een jaar geleden een inleiding moest schrijven kon ik eindeloos om de kern heendraaien. Ik beantwoorde een mailtje, stuurde een stukje tekst op voor feedback, schaafde de eerste zin nog wat bij, maar weigerde vooral om écht de literatuur in te duiken en iets op te schrijven wat er écht toe deed. Dit zorgde dan voor frustrerende uren waarin ik het gevoel had niet verder te komen.

Wat ik nu leer, is de vaardigheid om meteen te zien welke actie je moet ondernemen om vooruit te komen in een project en een voldaan gevoel over te houden aan werk. Voor mijn vakken betekent dit dus momenteel literatuur opzoeken en de conclusies daarvan in mijn eigen woorden op papier zetten. Voor mijn website betekent dit momenteel dat ik meteen begin met schrijven, zonder eerst te brainstormen over het perfecte onderwerp. Voor het avondeten betekent dit dat ik direct een recept kies om te maken, zonder alle opties te overwegen.

Dit klinkt eenvoudig, maar heel vaak is het moeilijk. De makkelijkste weg op korte termijn is altijd om ergens omheen te draaien, om te dralen, het voor je uit te schuiven. Op langere termijn word ik hierdoor echter gestrest, heb ik het gevoel druk te zijn zonder iets te presteren. Omdat ik echter begrijp dat mijn leven veel makkelijker wordt als ik nu niet kies voor de makkelijke weg, wordt de moeilijke weg gek genoeg makkelijk. Ik vind het nu makkelijker om meteen te beginnen met werken en niet op www.facebook.nl te kijken. Als ik meteen begin met werken, voel ik me in mijn element. Als ik uitstelgedrag vertoon voel ik me lamlending.

Bovenstaande gaat in eerste instantie over de taken die niet ingeroosterd staan in je agenda. Ingeroosterde afspraken en vergaderingen zijn veel makkelijker. Daar ga je gewoon naartoe omdat je er op een bepaald tijdstip moet zijn. Bij de uitvoering van de taken die ik op me neem tijdens vergaderingen ging het echter vaak mis.

Je kan natuurlijk een heel duidelijk overzicht van je taken bijhouden. Maar daarmee voer je ze nog niet automatisch uit. Om te leren dat goed te doen, heeft het voor mij heel erg geholpen om vaak onproductief te zijn en daar op te reflecteren. Door terug te denken aan productieve uren in de bibliotheek en onproductieve uren, kan ik achterhalen wat wel werkt en wat niet werkt. Na wat ervaring hiermee begin ik steeds beter in te zien wat ik het beste kan doen. Dan komt de laatste en misschien wel de moeilijkste stap: dat doen waarvan ik weet dat het het beste is wat ik kan doen. Om te leren dat te doen, heeft het voor mij geholpen om dat vaak niet te doen. Hierdoor realiseerde ik me hoe destructief dat is, hoe weinig voldoening het geeft.

En zo leer ik steeds beter om effectief te werken. De voldoening en de het plezier die ik ervaar als ik effectief werk, zijn alleen maar een aanmoediging om ermee door te gaan. Om slechte patronen te doorbreken, is het soms goed ze eerst te doorleven. Je probeert niet om er zo snel mogelijk vanaf te komen, maar observeert in hoeverre ze je helpen. Als je dan uiteindelijk de keus maakt ze te doorbreken, gestuurd door enthousiasme over de mogelijkheid van een ander patroon, is de kans groter dat je definitief iets achter je laat.

Hier gaat het om: leren omgaan met vrijheid, leren om je eigen tijd in te delen en effectief te werken aan de projecten die jij belangrijk vindt. De studententijd is hier uitermate geschikt voor. Zelfobservatie en zelfreflectie zijn de gereedschappen die je nodig hebt bij dit proces. De beloning ligt voor het oprapen: een bevrijd gevoel.

Mag je van de Boeddha aan koffie verslaafd zijn?

IMG_20141005_201603

Vrijdagavond heb ik thuis op de bank wat alcoholische consumpties genuttigd en toen ik de ochtend daarop wakker werd, las ik over het experiment van een andere blogger om een maand lang geen alcohol en cafeïne tot zich te nemen. In zijn artikel daarover legt hij heel schematisch en duidelijk uit welke vragen hij met het experiment wilde beantwoorden en geeft hij ook de antwoorden op die vragen.

Zelf heb ik wel eens besloten om een week geen koffie te drinken. Het ging prima, ik had ‘s ochtends wel erg veel zin in een bak zwarte drab, maar ervoer geen ontwenningsverschijnselen. Na die week ben ik weer koffie gaan drinken, puur omdat ik het zo lekker vind. Het experiment was nuttig in die zin dat ik erachter kwam niet verslaafd aan koffie te zijn. Of was ik het toch wel? In de eerste beschrijving van zijn experiment verwijdt de zojuist genoemde blogger de definitie van verslaving en laat er ook “attachments” onder vallen. In het Nederlands het best vertaald als ”gehechtheden”. Verslaving zou je kunnen zien als een vorm van gehechtheid die serieuze en dramatische consequenties heeft voor de manier waarop je je leven leidt.

Maar waar hebben we het over als we het over gehechtheden hebben? Gehechtheid kan je zien als de traditionele uitleg van wat lijden is, volgens de blogger die ik nu voor de derde keer aanhaal. Elke vorm van irritatie, boosheid of afgunst die je tegenkomt, is een teken dat iemand niet krijgt wat hij of zij verlangt. Als ik boos ben omdat de trein te laat is, concludeer ik dat ik gehecht ben aan punctualiteit. Als ik geïrriteerd ben als iemand zijn of haar neus ophaalt, dan ben ik gehecht aan de afwezigheid van mensen die hun neus ophalen. Als we deze gehechtheden kwijt raken, winnen we vrijheid omdat we niet afhankelijk zijn van de omstandigheden om ons heen voor onze innerlijke gemoedsrust.

Dan weer terug naar mijn ochtendkoffie. Volgens onze werkdefinitie ben ik gehecht, misschien wel verslaafd aan deze stimulerende substantie. Dit perkt mijn vrijheid in, omdat er minder denkbare omstandigheden zijn waarin ik floreer. Anders gezegd, als de koffie op is, word ik chagrijnig. Dit realiseer me al maanden, maar toch heb ik nog geen stappen genomen om met mijn ochtendkoffie te stoppen. Immers, als ik een week geen koffie drink wen ik daar ook weer vanzelf aan. Waarom dan nu moeite doen om je voor te bereiden op situaties waarin datgene waaraan je gehecht bent je wellicht wordt ontnomen?

Om die laatste vraag te heroverwegen gaan we toch weer terug naar de trein die te laat is en de mensen die hun neus op halen. Er is namelijk een belangrijk verschil tussen mensen en treinen aan de ene kant en koffie aan de andere kant. De hoeveelheid koffie in mijn keuken kan ik controleren. Ik weet met bijna volledige zekerheid dat als ik morgen naar de supermarkt ga, er honderden pakken koffie op een potentiële koper liggen te wachten. Ook weet ik bijna zeker dat mijn koffie ‘s nachts niet gestolen wordt en dat het koffiezetapparaat naar behoren werkt als ik mijn brouwsel wil gaan maken. Samengevat weet ik met bijna volledige zekerheid dat ik morgen weer met mijn neus boven een kop dampende, zwarte glorie hang.

Dan de mensen en de treinen. Ik heb geen idee of de trein op tijd komt. Ik heb geen idee of er in mijn omgeving iemand is die zijn neus op gaat halen. Het zou dus behoorlijk vervelend kunnen uitpakken als ik toch gehecht ben aan de punctualiteit van de trein of de afwezigheid van mensen die hun neus ophalen.

Nu ik bovenstaande teruglees lijk ik net een zelfhulpauteur. Er ontbreekt alleen nog een conclusie in dik gedrukte letters: hecht je dus niet aan uitkomsten die je niet kan controleren. Toch wilde ik daar dit stuk niet mee afsluiten. Is het immers erg om iets te verlangen en het niet te krijgen? Is het erg om geïrriteerd, boos of afgunstig te zijn? Is het wel wenselijk om nergens aan gehecht te zijn, wordt je dan niet een apathische nihilist, die niets geeft om de toestand van de wereld? Misschien is voor jou het antwoord op deze drie vragen wel drie maal “nee”.

Maar stel nou dat elke vorm van ongelukkigheid, lijden en verdriet in je leven veroorzaakt is een vorm van gehechtheid? Dat er een vorm van tevredenheid en innerlijke rust mogelijk is als je je onthecht? Laten we naar de Boeddha gaan voor suggesties van antwoorden op deze vragen. De Boeddha formuleerde de vier nobele waarheden. Kort samengevat: er is lijden (Dukkha), dit lijden heeft een oorzaak, het kan opgegeven worden en er is een pad naar de opheffing van dit lijden.

Dit is niet zomaar een theoretisch verhaaltje. De Boeddha zei dit niet zodat wij het tweeduizend jaar later op een Wikipediapagina kunnen lezen om vervolgens te denken: interessant, weer wat geleerd, nu weer verder. De Boeddha zei dit uiteraard omdat het hem van het grootste belang leek dat ieder zich dit voor zichzelf realiseerde. Hij had volgelingen toen hij leefde, je hebt geen volgelingen als je ze niets bij te brengen hebt.

Ik geloof persoonlijk dat mensen een gemoedstoestand kunnen bereiken waarin er geen lijden is, wat dat lijden dan precies mogen zijn. Anders gezegd, die Boeddha, die had het ergens over. Over iets concreets, iets haalbaars. Ik geloof ook dat het belangrijk is die gemoedstoestand voor mezelf te realiseren. Daarom zit ik elke dag op een kussentje te mediteren. Dit is meteen paradoxaal, omdat ik daardoor weer lijk te streven naar iets. Toch schijnt het te helpen. Al drink ik nog steeds elke ochtend een sloot koffie.