Geld

IMG_2888

Op mijn computer staat sinds twee dagen in de map ‘persoonlijke projecten’ een Word-document met de titel ‘persoonlijke financiën’. De eerste zin luidt als volgt: “Aanleiding document: een plotselinge afname in spaargeld” Het document is gemaakt op 9 augustus, om 23:56. Dit soort documenten maak ik altijd net voordat ik naar bed ga.

In het document staan allerhande maatregelen om de komende tijd mijn spaargeld te stabiliseren en te voorkomen dat de hoeveelheid ervan verder afneemt. Toen ik het maakte voelde ik me net een homeostatisch regelmechanisme: een proces met negatieve terugkoppeling. Als je lichaam bijvoorbeeld merkt dat je bloedsuikerspiegel wat te laag wordt, zet het mechanismen in werking die het weer hoger maken. Toen ik merkte dat mijn rekening laag werd, zette ik mechanismen in werking om hem weer hoger te maken.

Waarom doe ik dat? Is het erg om je spaargeld op te maken aan vakanties? Niet per se, ik ben niet bang om geld uit te geven. Het is de angst om geld te lenen. Mijn moeder heeft honderdduizend keer tegen mij gezegd dat zij en mijn vader slechts één keer geld hebben geleend in hun leven: om een huis te kopen. Zo groeide ik dus op met leenangst. Als je leent, koop je iets wat je je eigenlijk niet kan veroorloven.

Sinds de afschaffing van de studiefinanciering lijkt het voor adolescenten steeds normaler om geld te lenen van de overheid. Dit heet dan alleen geen lening, maar “een investering in jezelf”. De constructie die men bedacht, heet het sociale leenstelsel.

Een vriend, die economie studeert, kan heel goed uitleggen waarom het een goed idee is om te lenen. Ten eerste is het de lening met de meest gunstige voorwaarden die je ooit gaat krijgen. Ten tweede heb je als student geen geld, maar wel tijd om het uit te geven. Ten derde heb je als werknemer van middelbare leeftijd geen tijd, maar wel geld om uit te geven. Conclusie: de middelbare werknemer geeft wat geld aan de student. Hij kan het best missen en de student heeft het wat makkelijker omdat hij geen vier bijbaantjes naast zijn studie hoeft te doen. Een investering in jezelf.

Toch ben ik nog steeds een tegenstander van lenen, al wel om net andere redenen dan Rob Wijnberg. Voor hem is het een principekwestie: een leenstelsel gaat niet samen met een kenniseconomie en het is onbehoorlijk om achttienjarigen te dwingen zich in de schulden te steken, waarmee ze voor ze het doorhebben al aan de overheid gekluisterd zitten.

Voor mij is het een persoonlijke kwestie. Hoe beïnvloedt het leenstelsel de manier waarop jongeren leren met geld om te gaan? We gaan weer terug naar mijn ouders en een jongere Bram. Mijn financiele opvoeding begon met een paar euro zakgeld. Later kreeg ik enkele tientjes kleedgeld per maand, een maatregel die de eerste was in een serie maatregelen waarbij mijn ouders steeds minder voor mij betaalden en ik zelf het beheer kreeg over mijn financien.

Nu ben ik financiëel bijna zelfstandig, op maandelijkse bijdragen van Duo en sporadische bijdragen van mijn ouders na. Ik heb nog geen studieschuld, als ik netjes op tijd afstudeer hoef ik ook mijn OV-kosten en mijn studiefinanciering niet terug te betalen en begin ik met een schone lei aan mijn leven als werknemer van middelbare leeftijd.

Ik ben de eerste om te bekennen dat het zonder bijdrage van Duo en mijn ouders een stuk lastiger zou zijn. Toch draag ik zelf ook voor een groot deel bij aan de netto neutrale balans op mijn rekening. Ik geef weinig geld uit door in een goedkope kamer te wonen, met huisgenoten samen te eten, weinig tot geen nieuwe kleren te kopen, goedkoop met een tent op vakantie te gaan, etc. Verder verdien ik geld met diverse bijbaantjes.

Vanuit mijn volledig subjectieve beeld, beweer ik nu dat het voor mensen van mijn leeftijd goed is om ‘gedwongen’ te worden zuinig met geld om te gaan en geld te verdienen met bijbaantjes naast de studie. Wat is gunstiger voor de financiële ontwikkeling? Maandelijks een ‘gratis’ bedrag op je rekening gestort krijgen wat je over dertig jaar terug moet betalen, of een bedrag op je rekening krijgen wat je zelf hebt verdiend met inhoudelijk interessant werk?

Als je het geld zelf verdient hebt, krijg je een gevoel voor de hoeveelheid werk die verzet moet worden om een bepaalde hoeveelheid middelen te genereren. Vervolgens zal je die middelen ook weer zorgvuldiger en met meer nadenkendheid inzetten. Heb ik dit echt nodig? Draagt deze aankoop bij aan het verwezenlijken van mijn doelen?

Tijdens je studententijd geld verdienen en selectief uitgeven aan zaken waar je echt voldoening uithaalt, geeft een gevoel van zelf ‘empowerment’. Er komt weinig geld binnen en je geeft weinig uit, maar je leert al om een goede balans te vinden tussen inkomsten en uitgaven.

Tot nu toe was dit betoog misschien nog niet heel overtuigend, dus laat ik snel verder gaan naar de volgende fase. Als je met je opgebouwde financiële vaardigheden aan je werkende leven begint, kan je er heel rationeel voor kiezen om maar een bepaald percentage van wat je verdient uit te geven. Het bespaarde geld kan je investeren of op een spaarekening zetten, om zo binnen twee of drie decennia financieel onafhankelijk te worden. Je hebt dan de volledige beschikking over je eigen tijd, voor de veertig of vijftig jaar die je leven op dat moment nog rest.

Daar gaat het mij om: bewust geen geld lenen van de overheid, waardoor je jezelf dwingt om verstandig met het kleine beetje geld dat je verdient om te gaan. Hierdoor leer je jezelf rationeel met geld om te gaan, zodat je later in je leven je verdiende geld uit kan geven aan het kopen van vrijheid in plaats van het kopen van vliegvakanties en dagjes Efteling.

Het tegenovergestelde scenario is dat je nu veel geld leent van de overheid, waardoor je geen druk voelt om geld te besparen en rustig achterover kunt leunen terwijl je je studie afmaakt. Hierdoor wen je aan de aanwezigheid van geld. In je werkende leven zetten de opgebouwde onverstandige financiele gewoontes zich voort en ben je tot je zevenenzestigste aan een baan gebonden. En dan moet je ook nog je studieschuld afbetalen.

En daarom ben ik tegen het lenen van veel geld, omdat het de financiele creativiteit afstompt en luie consumptieburgers van mensen maakt.

 

 

Jij maakt mensen aardig

IMG_4050

Reisdagboek 04-08. Tijd: 11:56. Plaats: trein RE5115 van Trier naar Koblenz (Duitsland).

Vanochtend vroeg wakker geworden door luidruchtige campinggenoten. Ontbeten, Italiaanse vriend maakte koffie voor mij en had een broodje. Belegd met natte boter (regen) en Nutella uit een gevonden pot. Leef nog steeds. Ook nog wat muesli. Natte tent ingepakt. 35,45 afgerekend en naar bushalte Messerparke gelopen. Bus 3 naar Hbf (Hauptbahnhof). In de bus man, 70 +, pet, sandalen met sokken, overhemd, bodywarmer, deed me aan opa denken. Stapte met glimlach uit bij Porta Nigra. Op trein mama gebeld, veel zin om aardappels, groente en zalm met gezin te eten en in bad te gaan. Nu trein.

Bovenstaande staat op een verfrommeld briefje in mijn portemonnee. Ik schreef het in de trein op weg naar huis, geïnspireerd door een boek dat ik las: “The innocents abroad” van Mark Twain. Mark Twain beschrijft zijn reis vanuit Amerika naar Europa, in de negentiende eeuw. In de avond houden allerhande personen een reisdagboek (journal) bij, maar allen zijn ze vanaf het begin gedoemd om na enkele dagen al te stoppen. Een goed reisverslag van de bijzondere reis naar Europa zou veel geld waard zijn, maar om maandenlang elke avond pagina’s vol details te schrijven, vergt een behoorlijk doorzettingsvermogen.

Desondanks was ik toch geïnspireerd en schreef dus op de laatste dag van mijn reis 100 woorden, waar het ook bij bleef. Ik kwam met de trein uit Trier, het eindpunt van een wandeltocht van 300 kilometer door de Duitse Eiffel. Twee weken wandelde ik en sliep ‘s nachts in een tent. Soms op een camping, maar meestal ergens in de natuur. Alleen al deze reis biedt inspiratie voor tien onderwerpen om over te schrijven. Over sommige onderwerpen heb ik al geschreven. Je kan het wandelen zien als een experiment, als een mooi voorbeeld van hedonistische adaptatie en als een vorm van onregelmatig en spannend leven. Wat er echter tijdens deze vakantie in mijn beleving het meest uitsprong, was het contact met andere mensen.

In mijn reisdagboek noemde ik al de Italiaanse vriend. Ik kwam hem tegen op een stadscamping in Trier en we hebben gesprekken gevoerd, door de stad gewandeld, samen gekookt en gegeten. Al na een paar uur had het contact een zekere vanzelfsprekendheid over zich en op de ochtend van vertrek ontbeten we samen alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Eerder had ik al een aantal uur samen gelopen met een Duitser, een avond op een camping doorgebracht met een Nederlander en ontelbare korte gesprekken gevoerd met andere wandelaars en verkopers in winkels. De laatste dagen, toen ik op blote voeten liep omdat mijn schoenen pijn deden, leek het alsof iedereen die ik tegenkwam een gesprek met mij aanknoopte, zonder dat ik daar zelf iets voor hoefde te doen!

Natuurlijk, dit zijn vrij normale ervaringen voor alleenreizigers en ik ben zeker niet de eerste en de laatste die het meemaakt. Maar voor mij was het nieuw en ook bijzonder, omdat ik altijd dacht dat “het niets voor mij was”. Als je een beetje verlegen bent en schuw voor mensen die je niet kent, is het tamelijk eng om ze aan te spreken of iets van ze te vragen. Tot vorig jaar ging ik met mijn ouders en mijn broertje op vakantie en sprak dan de hele vakantie met niemand anders dan mijn ouders en mijn broertje. Verder was ik al met vrienden op vakantie geweest, maar ook dan ben je toch redelijk op elkaar gericht.

Nu ik alleen op pad was, veranderde ook mijn houding naar andere mensen. Ik begon ze te zien als bronnen van leuke gesprekken, tips, advies en hulp, in plaats van bedreigingen die je persoonlijke ruimte verstoren. Voor mij werd hierdoor duidelijk dat ik diegene ben die het beeld vormt van andere mensen, dit volledig subjectieve beeld. In een stad zocht ik een bank en kwam twee armoedig uitziende mannen tegen. Ik sprak ze aan en ze zijn met me mee gelopen naar de bank die ik zocht, ondertussen informerend naar mijn bezigheden. Op straat kom je geen objectief onaardige of aardige, open of gesloten, goede of slechte mensen tegen. Mijn perceptie maakt ze onaardig of aardig, etc. En als ik al besloten heb dat iemand onaardig, gesloten of slecht is, dan zal ik diegene ook zo tegemoet treden (of juist niet) dat die indruk bevestigd wordt. In de psychologie heet dit een selffulfilling prophecy, een zelfvervullende voorspelling.

Het grootste deel van de mensen was zeer bereid om me te helpen als ik iets aan ze vroeg. Omgekeerd ben ik dat zelf ook. Als ik iemand de juiste richting aanwijs, wat muntjes of water geef, voel ik me meestal lichtelijk euforisch. Als ik dit weer omkeer en mijn euforische gevoel voor het gemak generaliseer naar alle andere mensen, kan ik zeggen dat ik mensen help door iets aan ze te vragen: ik geef ze daarmee de kans om mij te helpen en zich daardoor een goed mens te voelen.

Wat ik dus tijdens mijn vakantie ervaren heb, is dat ik de leukste gesprekken voer en hulp van alle kanten krijg als ik open ben naar mensen, ervan uit ga dat ze goed zijn en verwacht dat ze mij willen helpen. Als ik mijn ervaring nu generaliseer naar een soort van advies, zou ik zeggen: durf alleen te reizen, durf gesprekken aan te knopen, durf te vragen, ook als je denkt dat je verlegen bent en “het niets voor je is”. En misschien vind je jezelf dan terug op een camping terwijl een Italiaanse vriend koffie voor je maakt.

Italiaanse koffie, zeer goede koffie. Elk klein sipje een smaakexplosie in de mond. Met metaalkleurig espressopotje direct op de brander en het beste Italiaanse koffiemerk.