Zoetigheid en koffie, ik neem nog niet definitief afscheid

plaatje-experiment-2

Op 25 januari heb ik het experiment enigszins voortijdig beëindigt. Ik was al wel 30 dagen bezig, maar was eigenlijk van plan door te gaan tot eind januari. Op 25 januari reisde ik met de trein naar college en kocht ’s ochtends een kaascroissant bij de Kiosk. Begin van de middag kocht ik een frikandelbroodje bij de Broodjeszaak. Daar ging het eigenlijk al mis want ik had mezelf half voorgenomen naast geen koffie en suiker te nuttigen ook geen broodjes met vlees op stations te kopen. Mede omdat ik de regel nu toch al had overtreden en omdat het me qua planning goed uitkwam op een station avond te eten, kocht ik ’s avonds nog een broodje warm vlees: een Turkse pizza gevuld met kalfsvlees. Omdat ik door de bereidingstijd die dit broodje vergde mijn trein miste, besloot ik het hek van de dam te gooien. Ik kocht dus een hoorn met softijs. Na dit half bewust naar binnen te hebben geduwd, me ondertussen realiserende dat ik het experiment nu toch al beëindigd had, kocht ik een grote kop koffie. Die liet ik me in de trein goed smaken. Toen begon ik het eindverslag van dit experiment te typen, wat ik nu nog steeds aan het doen ben. Hoe ik me nu voel? Aardig gevuld, een tikkie teleurgesteld in mezelf en een klein beetje scherper door de cafeïne die na een maand van onthouding weer door mijn aderen stroomt.

Soms verbaas ik me over mijn passie over experimenten als deze. Wel of geen koffie, wel of niet af en toe een gebakje, zijn dat nu zaken om je druk over te maken? Ik vind van wel. Of in ieder geval, ik vind het bijzonder interessant om me er druk over te maken. Het zit in mijn aard om zoiets banaals als mijn suikerinname, mijn cafeïneconsumptie of mijn uitgavenpatroon aan broodjes met vlees zorgvuldig, van alle kanten, minutieus te onderzoeken. Ik wil alle voor- en nadelen weten, zodat ik voor de komende paar jaar een bewuste keuze kan maken over die drie zaken. Dertig dagen onthouding werkt perfect als stap in deze zoektocht. Het past echter ook in mijn plaatje om na dertig dagen weer toe te geven aan de gewoonte. Dan heb ik vergelijkingsmateriaal, dan kan ik alles nog één keer afwegen en tot een definitief oordeel komen. Een van mijn recente artikelen, dat gezien kan worden als een extra toelichting op het experiment van december, is een voorbeeld van een dergelijk “definitief” oordeel.

Tot zover genoeg over het grotere plaatje, laten we inzoomen op de suiker en koffie. Het experiment verliep uitstekend. Stoppen met koffie drinken lukte meteen, omdat het zo duidelijk was. Ik nam simpelweg elke keer kruidenthee als zich een gelegenheid voordeed. Met suiker heb ik iets langer geworsteld, in het begin was het niet duidelijk waar de grens lag. Ik nam bijvoorbeeld vla als toetje en een stukje pure chocola bij de thee. Toen ik inzag dat dat niet werkte, besloot ik alle geraffineerde suiker te verbannen, zelfs als het me werd aangeboden. Dat werkte perfect. Als ik dus iets geleerd heb, is het dat je een experiment zo scherp mogelijk moet definiëren. De voorlopige conclusie van dit experiment is dat ik zowel koffie als suiker niet nodig heb om me goed te voelen en dat ik van plan ben om de lage consumptieniveaus van de afgelopen maand in stand te houden.

Net zoals ik een ruimte en een rust voelde toen ik geen Facebook en televisie meer keek, voelde ik ook een ruimte en een rust toen ik geen geraffineerde suiker en cafeïne meer binnen kreeg. In het eerste geval beperk je de mogelijkheden die je hebt om je tijd in te vullen, in het tweede geval beperk je de mogelijkheden die je hebt om je dieet in te vullen. Dat is een paradox: door mezelf beperkingen op te leggen, voelde ik rust en ruimte. Ik heb er een verklaring voor. Ik kan heel slecht tegen keuzes. Als ik in een winkel ben, wil ik voor mezelf eerst alle opties afwegen voordat ik een beslissing maak. Als ik een avondje vrij heb, kan ik bijzonder lang overwegen hoe ik die tijd in wil vullen. De keuzes beperken kan dan bevrijdend werken. Ik geniet meer van wat ik doe omdat ik minder nadenk. Daarnaast is er nog een punt, dat ook alleen voor mij geldt. Suiker is in mijn hoofd geassocieerd met ongezond. Telkens als ik suiker at, gaf dit dus een licht gevoel van spijt, omdat ik “zondigde”. Toen ik geen suiker meer at, voelde elke maaltijd gezond. Ik was me meer bewust van de nutriënten die ik binnenkreeg door bijvoorbeeld havermout met rozijnen, banaan en pindakaas te eten.

Het voelen van meer rust en ruimte is natuurlijk een mooi gegeven op zich, los van de psychologische redenen die daaraan ten grondslag liggen. Ik voel me nu dus aangetrokken tot de keuze om zaken voor mezelf te verbieden, omdat ik weet dat ik me daardoor beter ga voelen. Uiteindelijk heeft dit experiment dus meer doelen vervuld dan ik had voorzien. Wat betreft de doelen die ik geformuleerd had:

  • Ik functioneer goed zonder cafeïne.
  • Ik neem niet automatisch minder calorieën in als ik geen zoetigheid en tussendoortjes eet. Dit komt onder andere doordat ik veel eet mij maaltijden en andere tussendoortjes ben gaan eten.
  • Ik geef minder geld uit aan voedsel en drank als ik geen zoetigheid en koffie nuttig, omdat ik onderweg geen koffie en zoetigheid meer hoef te kopen om aan mijn behoeftes te voldoen.

Zoals in mijn verdere conclusie over het schermpjesgebruik te zien was, heb ik daar voor mezelf geformuleerd waarom ik toch nog af en toe naar schermpjes wil kijken. Dat is om interessant nieuws mee te krijgen. Voor die behoefte is een uurtje artikelen lezen per week meer dan voldoende. Wat betreft dit experiment kan ik ook iets dergelijks formuleren: ik houd van lekker eten en wil dus altijd nieuwe dingen proeven. Als ik in een restaurant of op een verjaardag iets met suiker zie wat ik nog niet ken, zal ik dat proeven. Daarnaast zie ik het genieten van een goed kopje koffie als één van de deugden van het goede leven en daarom zal ik een goed kopje koffie na een maaltijd niet weigeren.

Andersom wil ik mezelf ook iets verbieden: ik wil niet meer eten op stations kopen, omdat dit bijna altijd overbodige calorieën zijn, bedoeld om de tijd te vullen. Ik wil niet meer elke dag koffie drinken, omdat dit een afhankelijkheid creëert die veel geld kost. Ik wil geen suiker meer eten, omdat ik me beter voel als ik het niet eet.

Bovenstaande schreef ik allemaal op 25 januari en ondertussen kan ik daar weer op reflecteren. Ik koop weer eten op stations, wel zijn dat eiwitrijke, gezonde tussendoortjes zoals brood met zalm of een wrap met kip. Ik drink nog steeds erg weinig koffie, dit gaat vanzelf. Ik kan om de paar dagen erg genieten van een kopje goede bonenkoffie. In mijn dagelijks dieet eet ik nog steeds geen geraffineerde suiker, al heb bijvoorbeeld het afgelopen weekeind wel veel gesnoept van zelfgebakken koekjes van een huisgenoot.

Dit experiment lijkt dus blijvende gedragsverandering te hebben veroorzaakt. Het was net als mijn eerste experiment een succes. Ondertussen ben ik een nieuw experiment gestart dat helaas minder vlekkeloos verloopt. Het hoe en waarom daarvan zal ik binnenkort posten.

Verandering gebeurt als je stopt met leren

trein-foto

Een grijze maandag in januari. Ik zit in de trein op weg naar huis en lees een artikel van de BBC over het gebruik van pen en papier. De boodschap is dat mensen die gewend zijn in een online omgeving te werken veel baat hebben bij plannen of brainstormen met pen en papier. Het geeft mogelijkheden die je niet op een computer vindt. Ik lees het artikel en bedenk me dat ik eigenlijk al volgens dit advies leef: tijdens colleges maak ik op papier mindmaps die ik later aanvul met stof uit het lesboek. Voor het tentamen zijn mijn handgeschreven aantekeningen het enige geheugensteuntje of samenvatting die ik nog doorlees. Daarnaast schrijf ik op papier een dagboek. De rust van het schrijven met pen en de afwezigheid van een fel blauw scherm maken dat ik vaak ’s avonds in het dagboek schrijf, voordat ik naar bed ga. Maar de vraag is nu, waarom las ik dat artikel van de BBC? Ik wist toch immers al wat er in stond?

We stoppen onszelf vol met informatie over productiviteit, zingeving, gezondheid. Met nieuwe feitjes of methoden, maar ook met kennis die we al hadden die net op een andere manier gepresenteerd wordt. Geven we onszelf ook nog de kans om de kennis toe te passen? Als je tien minuten over hebt in de trein, lees je dan het artikel “tien voordelen van mediteren” dat je aandacht op Facebook trekt? Of ga je tien minuten op je ademhaling letten? Als je ’s avonds tijd over hebt, kijk je dan een televisieprogramma over gezond eten of stap je de keuken in om alvast een salade voor de lunch van morgen voor te bereiden?

Voor het gemak onderscheid ik hier twee mogelijke wegen die een mens kan gaan. Bij de ene manier van leven word je overspoeld, je word van alle kanten overvallen met informatie over hoe je gezond moet eten, meer moet bewegen, meer moet mediteren. Je wilt de voordelen van deze activiteiten wel plukken, maar hoe maak je er tijd voor? Er is immers al zoveel om op te pakken en je kunt het toch nooit goed doen. Je zet de televisie aan, opent Facebook en voelt je schuldig over de broccoli die je niet eet, de wandeling die je niet maakt, de yoga-oefening die je niet doet.

Bij de andere manier realiseer je je dat je al meer dan genoeg weet over productiviteit en gezondheid. Je stopt met het toevoeren van nog meer informatie. In de trein kijk je uit het raam, thuis zit je ’s avonds met een kop thee je leven te overdenken. Opeens voelt het alsof er ruimte en tijd is. Er komen ideeën in je naar boven die uitvoerbaar lijken. Je voelt de rust om langzaam je gewoonten te veranderen en een gelukkiger, gezonder mens te worden. Je realiseert je dat je genoeg kennis hebt om de komende twintig jaar toe te passen. Door de rust en stilte in je hoofd, als gevolg van minder informatietoestroom, kom je ook zelf op nieuwe ideeën. Je moet je brein de kans geven bij te komen, de kans geven om orde uit de chaos te halen. Verandering gebeurt als je stopt met leren en begint met toepassen.