Voorbij de tariërs en isten

img_5749

Laat ik hiermee beginnen: ik vind het absoluut niet interessant om in te gaan op de redenen om meer plantaardige voeding te eten.  Andere schrijvers zijn daar namelijk veel beter in dan ik. Dit artikel gaat over een manier om drastisch je consumptie van dierlijke producten te minderen, zonder een tariër of ist te worden (vegetariër, veganist, flexitariër, pescotariër). Toch begin ik het artikel met een omschrijving van de reden om minder vlees te eten die mij eindelijk van de noodzaak ervan overtuigde. Na deze moralistische boodschap zal ik snel overstappen op de introductie van ‘plantaardig eten als nieuwe standaard’.

Ik las laatst net als Rutger Bregman een artikel van een bekende historicus over de bio-industrie. Net als Rutger Bregman had het artikel veel impact op mij. Ik eet best veel zuivel, eieren en vlees, ondanks de geluiden over de impact op het klimaat die je hierover hoort. In het artikel wordt een reden om minder vlees te eten gepresenteerd waar geen speld tussen te krijgen is: de dieren in de bio-industrie zijn ontzettend talrijk en ze leven op een manier die nauwelijks aansluit bij hun natuurlijke behoeftes, waardoor ze lijden. Door deze harde redenering trok ik voor het eerst in vier jaar mijn vleesconsumptie serieus in twijfel. En ook mijn zuivel- en eieren consumptie, want die veroorzaken precies hetzelfde leed.

Toen ik andere artikelen van Yuval Noah Harari opzocht, vond ik een artikel van de Guardian van zijn hand. Er stonden heel veel reacties over, waaronder andere argumenten om geen vlees te eten, persoonlijke ervaringen met veganisme en mokkende opmerkingen over de moralistische toon van het artikel. Ik heb goed gezocht, en kon maar één argument vinden om wel vlees te eten: “het is zo lekker”. Dat verbaasde mij toch wel. Zelf eet ik best veel zuivel en vleesproducten, maar ik heb er nooit bij stilgestaan dat er wel erg weinig redenen zijn om dat te doen.

Maar is het dan niet moeilijk om plantaardig te eten? Nee. Makkelijke opties zijn er genoeg. Het belangrijkste om voor te zorgen is dat je elke dag verschillende granen en verschillende peulvruchten eet. Havermout met pindakaas bij het ontbijt, volkoren brood met hummus bij de lunch en een linzencurry met rijst bij het avondeten. Op die manier krijg je voldoende eiwitten van goede kwaliteit binnen. Verder is er kans op een vitamine B12 tekort als je echt geen dierlijke producten meer eet. Maar dat stel ik niet voor, zie hieronder.

Tot zover niets nieuws. Maar dan mijn voorstel: ‘plantaardig eten als nieuwe standaard’. Ik kies er zelf niet voor om veganist of vegetariër te worden, omdat ik vind dat ik mezelf dan onnodig restricties op leg. Ik wil eens in de zoveel tijd kunnen genieten van een goed ambachtelijk vleesgerecht, van goede kaas of een omelet. Ook wil ik niet aan anderen opleggen hoe zij voor mij moeten koken. Ik wil zelf veganistisch koken als ik mensen op bezoek heb, maar tegelijkertijd zal ik alles eten wat ze me voorschotelen als ik bij hen op bezoek ben. Ik wil mezelf niet vervreemden van vlees.

Toch kies ik er ook niet voor om mezelf flexitariër te noemen, al is dat misschien de term waar je bij bovenstaande alinea aan denkt. Het begrip flexitariër suggereert wat mij betreft dat je bewust voor een aantal vleesloze dagen in de week kiest. Ik vind dat het daarmee niet ver genoeg gaat voor mij, omdat je dierlijke producten nog steeds als de standaard ziet en het ook zomaar zou kunnen dat je een omelet met kaas eet op je ‘vleesloze dag’. Voor die omelet met kaas is het nog steeds nodig dat er dieren een onnatuurlijk bestaan in stallen leiden, dus door dat te eten zou ik mijn doel voorbij schieten.

Wat ik wil, is om als standaard veganistisch te koken en te eten, maar om tegelijkertijd zeer flexibel te zijn in situaties waarin ik bij iemand anders eet of op een menukaart een optie moet uitkiezen. Daarbij zie ik vlees, zuivel en eieren eten in die flexibele situaties niet als een noodgedwongen kwaad, maar als goed eten waar ik ook gewoon van kan genieten. Nu is natuurlijk de vraag: kan je nog genieten van een gerecht als je weet dat het bijdraagt aan klimaatverandering en dieren er een onnatuurlijk bestaan in stallen voor hebben gehad? Nu ben ik misschien wel erg pragmatisch, maar ik zie geen redenen om er niet van te genieten. Als het al voor mijn neus staat omdat iemand anders het voor me heeft gekookt, wat heeft het dier dat ervoor gestorven is er dan aan dat ik daar met een pruillip ga zitten? Het verslechtert alleen maar de sfeer aan tafel.

Dit alles is niet bedoeld om tariërs en isten een schuldgevoel aan te praten. Dit artikel is puur bedoeld als een omschrijving van het eetpatroon waar ik mezelf het beste in kan vinden. Ik vind het belangrijk om dit te delen omdat ik dit geluid niet vaak hoor. Wat ik hier voorstel is aan de ene kant radicaal, omdat je niet zomaar een vleesloze dag inlast maar in feite ervoor kiest om alleen nog maar plantaardige producten in je winkelkarretje te leggen. Aan de andere kant is het totaal niet radicaal, omdat je jezelf niets verbiedt en nog wel degelijk kan genieten van gerechten met dierlijke producten. Vergelijk deze keuze over de consumptie van plantaardige versus dierlijke producten maar eens met de keuze over de consumptie van zelfbereid versus kant-en-klaar eten. Je standaard is om zelf ingrediënten in de supermarkt te kopen en daarmee te koken, omdat dit financieel veel gunstiger is dan kant-en-klaar eten. Je verbiedt jezelf echter niet om kant-en-klaar eten te kopen, omdat het soms gewoon goed uitkomt om een maaltijdsalade te eten. Dit is echter altijd de uitzondering.

Dit is hoe ik op dit moment denk over de consumptie van dierlijke producten. Ik realiseer me dat dit betoog niet sluitend is, dat het hier en daar wringt. Toch publiceer ik het op deze manier, omdat het goed is dat er open vragen zijn en dat we daarover blijven nadenken. Ik ben dan ook benieuwd naar de inhoudelijke reacties hierop.

Ik denk dat we mild naar onszelf en naar anderen moeten zijn als het om dit soort ethische keuzes gaat. Dit begint ermee dat we constateren dat we allemaal op een bepaalde manier een negatieve impact hebben op de wereld om ons heen. We veroorzaken (milieu)schade en dierenleed door producten te kopen. Dit is een gegeven en dat maakt dat het geen zin heeft om anderen aan te vallen omdat ze schade veroorzaken. We zitten wat dit betreft allemaal in hetzelfde schuitje. Wat ik voorsta, is om het gesprek te blijven voeren over hoe we ethisch juiste keuzes kunnen maken. Een beweging richting een levensstijl die minder impact heeft is belangrijker dan perfect zijn.

En dus sluit ik me aan bij wat in een vervolgartikel van Rutger Bregman genoemd wordt: “het is beter om inconsequent het goede te doen dan consequent het verkeerde”. Al zou ik dat persoonlijk wel willen omschrijven naar: “het is beter om inconsequent het goede na te streven, dan er consequent voor te kiezen dit niet te doen”.

 

 

 

 

De wereld is een speeltuin

door-utrecht-lopen

Ik loop door een kruidentuintje omgeven door een zuilengalerij. Uit een raam op de tweede verdieping klinkt de zang van een operazangeres. Een bejaard echtpaar spreekt een schoonmaker aan die plastic uit het tuintje moet verwijderen.

Vorige week zaterdag werd ik getroffen door deze situatie. Ik typte bovenstaande dus meteen in op mijn telefoon, om het fragment vast te leggen. Een uur daarvoor fietste ik door Rhenen met het plan om boodschappen te gaan doen bij de Jumbo. Opeens kreeg ik het idee om de trein naar Utrecht te pakken en daar te gaan wandelen. Een paar dagen daarvoor had ik immers mijn OV omgezet van week naar weekend, waardoor het me geen cent zou kosten om naar Utrecht te gaan. Zo gezegd, zo gedaan, vijf minuten later zat ik in de sprinter en een half uur daarna liep ik door Utrecht.

Ik probeerde Utrecht met andere ogen te zien. Ik was er niet met een specifiek doel, wilde gewoon rondlopen om te kijken of ik iets moois tegenkwam. Ook observeerde ik mijn gedachten. Ik kwam erachter dat ik niet zomaar op een bankje in een parkje voor me uit durf te kijken. Dat is immers vreemd gedrag voor een jongen van mijn leeftijd. Wat ik wel durf is op een bankje in het park naar mijn mobiel kijken. Dat is immers normaal gedrag voor een jongen van mijn leeftijd. Nu had ik natuurlijk de uitdaging aan kunnen gaan: op dat bankje zitten, om me heen kijken en erachter komen waarom ik daar bang voor ben. Dat deed ik niet en dus liep ik door.

Even daarvoor, op Utrecht centraal, werd ik met een andere angst geconfronteerd. Ik zag carnavalvierders en werd zenuwachtig bij het idee een groepje tegen het lijf te lopen dat ik kende. Kleine kans, maar toch. Wat zal ik dan tegen ze zeggen? Dat ik hier ‘zomaar’ ben? ‘Ah!’ denk ik dan opeens. ‘Ik kan gewoon zeggen dat ik hier in Utrecht boodschappen aan het doen ben, dan is het niet raar meer.’ Wat is dat toch, dat ik het moeilijk vind om te laten zien dat ik het heerlijk vind om zomaar door Utrecht heen te lopen? Dat ik twijfel om zomaar op een bankje in het park voor me uit te zitten kijken?

Nu moet ik hier wel de kanttekening bij plaatsen dat mijn bezoek aan Utrecht absoluut niet overheerst werd door bovenstaande angsten. Het waren eerder terugkerende gedachten die ik opmerkte. Het overkoepelende thema is dat toen ik door Utrecht liep, die omgeving gedachten bij mij opriep. De combinatie van wat ik zag, hoorde en rook, beïnvloedde mijn gedachten. Tot nu toe nog geen wereldschokkende inzichten. Misschien dat je er zo nog niet eerder over had nagedacht, maar ik denk dat iedereen ziet dat dit simpelweg de manier is waarop ons brein functioneert.

Wat interessanter is, is wat de gedachten die de omgeving oproepen vervolgens met je gevoel doen. De gedachten die ik hierboven beschreef, laten mij me minder kalm voelen. Ik word gejaagder, gehaaster, meer gestrest en als ik niet doorheb dat dat met mij gebeurt, kan het zo zijn dat ik opeens sterk het gevoel krijg dat ik de stad uit wil, naar huis. En dat zou jammer zijn, want ik vlucht dan niet voor een echt gevaar, maar voor een ingebeeld gevaar dat ook nog eens irrationeel is. Gelukkig gebeurde het niet en kon ik rustig genieten van mijn stadswandeling. Dit schrijf ik zelf toe aan het feit dat ik me bewust was van de gedachtes. Ik realiseerde me dat ze niet echt waren, dat door de omgeving automatische patronen geactiveerd werden.

En daarmee was de stadswandeling voor mij een succesvolle toepassing van mindfulness. Ik koos er bewust voor om door een druk centrum te lopen om te zien wat dat bij me op zou roepen. Door aandachtig bij de ervaring te blijven en me niet mee te laten voeren door mijn gedachten, heb ik mijn comfort zone uitgebreid.

Experiment 3: een maand met mindfulness

img_3863

De beschrijving van mijn nieuwe experiment heeft even op zich laten wachten. Een maand om precies te zijn. Dat had alles te maken met een aantal worstelingen.

Ik begon eind januari met een experiment met als doel mijn zelfbewustzijn in sociale situaties te verminderen. Dit is op zichzelf al een lastig doel. De vorige twee experimenten gingen over het elimineren van schermpjesgebruik en het elimineren van suiker en cafeïne in de voeding. Die twee zaken zijn makkelijker om mee te stoppen dan zelfbewust zijn. Je kan tegen jezelf zeggen: Bram, de komende maand kijk je geen tv. Er is dan zelfs een vrij grote kans dat dat gaat lukken. Als ik tegen mezelf zeg: Bram, de komende maand ben je niet zelfbewust en dus altijd volledig op je gemak in elke sociale situatie, dan maak ik het mezelf iets lastiger.

Dit probleem omzeilde ik eind januari al door me voor te nemen te stoppen met gedraging die samenhangen met zelfbewustzijn, zoals constant in spiegels en ramen kijken, friemelen en naar de WC gaan in sociale situaties. Ik nam me deze zaken voor, maar het werkte niet. Ik had geen focus.

Toen besloot ik een andere weg in te slaan, die ook faalde. Ik was van plan elke dag een RET (rationeel emotieve therapie) schema in te vullen. Dat hield ik één dag vol.

Vorige week was er een moment dat ik even niet wist wat ik met mezelf moest doen. Ik had een vrije dag, maar ook een gevuld takenlijstje. Ik zweefde tussen vakantie en werk. Omdat ik de taken wel wilde doen, maar er geen motivatie voor had, probeerde ik dingen uit. Eerst maakte ik ’s ochtends een wandeling, om te kijken of ik mijn motivatie ergens tegen zou komen. Daarna kookte ik een gerecht voor de lunch, om te kijken of ik na een zelfbereide maaltijd wel motivatie had. Tot slot schreef ik een gedicht, om te kijken of ik motivatie kon vinden door te dichten over de afwezigheid ervan. Op het eind van de middag was het er opeens. Mindfulness. Ik dacht: laat ik mijn gedachten eens even observeren. Ik zat op een stoel. Na een kwartier was er al veel meer helderheid. Toen liep ik langzaam naar de keukentafel en pakte er een artikel bij dat ik voor mijn studie moest lezen. Een artikel waar ik al twee weken niet aan toe gekomen was. Ik lees en merk dat ik geen weerstand meer heb tegen het lezen.

Zo vond ik mindfulness terug. Maandenlang was het uit zicht geweest. Geënthousiasmeerd las ik artikelen over mindfulness van mijn favoriete blogger en kocht ook zijn e-book “you are here” om daarmee concreet te gaan oefenen.

Nu is natuurlijk de vraag: hoe heeft dit nog te maken met het oorspronkelijke doel waarmee ik begon? Het antwoord is: heel veel. Als één van de voordelen van mindfulness noemt David Chain het verminderen van zelfbewustzijn in sociale situaties. Als je gericht bent op je omgeving en niet op je gedachten, “verdwijnt je gezicht”. Hiermee bedoelt hij dat je niet meer gefocust bent op je mentale representatie van hoe je overkomt op anderen. Je bent gefocust op de anderen, op wat er voor je ogen gebeurt.

Ik ben me ervan bewust dat ik in dit artikel op de oppervlakte blijf wat mindfulness betreft. Na dit experiment zal ik daar nog uitgebreid op in gaan.

De komende dertig dagen ga ik dagelijks oefenen met mindfulness, met als doel om onder andere mijn zelfbewustzijn in sociale situaties te verminderen. Elke dag doe ik een aantal oefeningen.

  • De “wordless walk”. Hierbij maak ik een wandeling waarin ik gefocust ben op wat er om me heen te zien, horen en voelen is. Als ik toch merk dat ik weer in gedachten verzeild ben geraakt, richt ik mijn aandacht weer op de omgeving.
  • “Stopping”. Een aantal keer per dag, bijvoorbeeld als ik wegga of thuiskom, stop ik een paar minuten met wat ik aan het doen ben. Ik let op mijn ademhaling en de gedachten die er in me opkomen.
  • “Slowing down”. Tijdens het maken van mijn ontbijt en lunch en het koken van het avondeten ga ik mijn handelingen doelbewust uitvoeren en er met mijn aandacht helemaal bij zijn.
  • Als ik me gestrest of druk voel, doe ik de oefening “taking stock”. Ik focus me dan op mijn fysieke omgeving, op de gevoelens in mijn lichaam en bedenk me dat ik gedachtes had in die fysieke omgeving.
  • ’s Avond schrijf ik telkens kort op hoe de dag ging. Daarbij besteed ik speciaal aandacht aan emotionele ‘triggers’, gebeurtenissen of gedachten die me opeens uit mijn rust halen.

In mijn huis heb ik reminders voor deze oefeningen opgehangen, zodat ik niet vergeet te oefenen. Als ik onverhoopt toch alle reminders gemist hebt, hangt er ’s avonds naast de spiegel een briefje waarop staat dat ik wat in mijn dagboek moet schrijven.

Ga ik erin slagen om binnen een maand mijn zelfbewustzijn in sociale situaties te verminderen?

Zoetigheid en koffie, ik neem nog niet definitief afscheid

plaatje-experiment-2

Op 25 januari heb ik het experiment enigszins voortijdig beëindigt. Ik was al wel 30 dagen bezig, maar was eigenlijk van plan door te gaan tot eind januari. Op 25 januari reisde ik met de trein naar college en kocht ’s ochtends een kaascroissant bij de Kiosk. Begin van de middag kocht ik een frikandelbroodje bij de Broodjeszaak. Daar ging het eigenlijk al mis want ik had mezelf half voorgenomen naast geen koffie en suiker te nuttigen ook geen broodjes met vlees op stations te kopen. Mede omdat ik de regel nu toch al had overtreden en omdat het me qua planning goed uitkwam op een station avond te eten, kocht ik ’s avonds nog een broodje warm vlees: een Turkse pizza gevuld met kalfsvlees. Omdat ik door de bereidingstijd die dit broodje vergde mijn trein miste, besloot ik het hek van de dam te gooien. Ik kocht dus een hoorn met softijs. Na dit half bewust naar binnen te hebben geduwd, me ondertussen realiserende dat ik het experiment nu toch al beëindigd had, kocht ik een grote kop koffie. Die liet ik me in de trein goed smaken. Toen begon ik het eindverslag van dit experiment te typen, wat ik nu nog steeds aan het doen ben. Hoe ik me nu voel? Aardig gevuld, een tikkie teleurgesteld in mezelf en een klein beetje scherper door de cafeïne die na een maand van onthouding weer door mijn aderen stroomt.

Soms verbaas ik me over mijn passie over experimenten als deze. Wel of geen koffie, wel of niet af en toe een gebakje, zijn dat nu zaken om je druk over te maken? Ik vind van wel. Of in ieder geval, ik vind het bijzonder interessant om me er druk over te maken. Het zit in mijn aard om zoiets banaals als mijn suikerinname, mijn cafeïneconsumptie of mijn uitgavenpatroon aan broodjes met vlees zorgvuldig, van alle kanten, minutieus te onderzoeken. Ik wil alle voor- en nadelen weten, zodat ik voor de komende paar jaar een bewuste keuze kan maken over die drie zaken. Dertig dagen onthouding werkt perfect als stap in deze zoektocht. Het past echter ook in mijn plaatje om na dertig dagen weer toe te geven aan de gewoonte. Dan heb ik vergelijkingsmateriaal, dan kan ik alles nog één keer afwegen en tot een definitief oordeel komen. Een van mijn recente artikelen, dat gezien kan worden als een extra toelichting op het experiment van december, is een voorbeeld van een dergelijk “definitief” oordeel.

Tot zover genoeg over het grotere plaatje, laten we inzoomen op de suiker en koffie. Het experiment verliep uitstekend. Stoppen met koffie drinken lukte meteen, omdat het zo duidelijk was. Ik nam simpelweg elke keer kruidenthee als zich een gelegenheid voordeed. Met suiker heb ik iets langer geworsteld, in het begin was het niet duidelijk waar de grens lag. Ik nam bijvoorbeeld vla als toetje en een stukje pure chocola bij de thee. Toen ik inzag dat dat niet werkte, besloot ik alle geraffineerde suiker te verbannen, zelfs als het me werd aangeboden. Dat werkte perfect. Als ik dus iets geleerd heb, is het dat je een experiment zo scherp mogelijk moet definiëren. De voorlopige conclusie van dit experiment is dat ik zowel koffie als suiker niet nodig heb om me goed te voelen en dat ik van plan ben om de lage consumptieniveaus van de afgelopen maand in stand te houden.

Net zoals ik een ruimte en een rust voelde toen ik geen Facebook en televisie meer keek, voelde ik ook een ruimte en een rust toen ik geen geraffineerde suiker en cafeïne meer binnen kreeg. In het eerste geval beperk je de mogelijkheden die je hebt om je tijd in te vullen, in het tweede geval beperk je de mogelijkheden die je hebt om je dieet in te vullen. Dat is een paradox: door mezelf beperkingen op te leggen, voelde ik rust en ruimte. Ik heb er een verklaring voor. Ik kan heel slecht tegen keuzes. Als ik in een winkel ben, wil ik voor mezelf eerst alle opties afwegen voordat ik een beslissing maak. Als ik een avondje vrij heb, kan ik bijzonder lang overwegen hoe ik die tijd in wil vullen. De keuzes beperken kan dan bevrijdend werken. Ik geniet meer van wat ik doe omdat ik minder nadenk. Daarnaast is er nog een punt, dat ook alleen voor mij geldt. Suiker is in mijn hoofd geassocieerd met ongezond. Telkens als ik suiker at, gaf dit dus een licht gevoel van spijt, omdat ik “zondigde”. Toen ik geen suiker meer at, voelde elke maaltijd gezond. Ik was me meer bewust van de nutriënten die ik binnenkreeg door bijvoorbeeld havermout met rozijnen, banaan en pindakaas te eten.

Het voelen van meer rust en ruimte is natuurlijk een mooi gegeven op zich, los van de psychologische redenen die daaraan ten grondslag liggen. Ik voel me nu dus aangetrokken tot de keuze om zaken voor mezelf te verbieden, omdat ik weet dat ik me daardoor beter ga voelen. Uiteindelijk heeft dit experiment dus meer doelen vervuld dan ik had voorzien. Wat betreft de doelen die ik geformuleerd had:

  • Ik functioneer goed zonder cafeïne.
  • Ik neem niet automatisch minder calorieën in als ik geen zoetigheid en tussendoortjes eet. Dit komt onder andere doordat ik veel eet mij maaltijden en andere tussendoortjes ben gaan eten.
  • Ik geef minder geld uit aan voedsel en drank als ik geen zoetigheid en koffie nuttig, omdat ik onderweg geen koffie en zoetigheid meer hoef te kopen om aan mijn behoeftes te voldoen.

Zoals in mijn verdere conclusie over het schermpjesgebruik te zien was, heb ik daar voor mezelf geformuleerd waarom ik toch nog af en toe naar schermpjes wil kijken. Dat is om interessant nieuws mee te krijgen. Voor die behoefte is een uurtje artikelen lezen per week meer dan voldoende. Wat betreft dit experiment kan ik ook iets dergelijks formuleren: ik houd van lekker eten en wil dus altijd nieuwe dingen proeven. Als ik in een restaurant of op een verjaardag iets met suiker zie wat ik nog niet ken, zal ik dat proeven. Daarnaast zie ik het genieten van een goed kopje koffie als één van de deugden van het goede leven en daarom zal ik een goed kopje koffie na een maaltijd niet weigeren.

Andersom wil ik mezelf ook iets verbieden: ik wil niet meer eten op stations kopen, omdat dit bijna altijd overbodige calorieën zijn, bedoeld om de tijd te vullen. Ik wil niet meer elke dag koffie drinken, omdat dit een afhankelijkheid creëert die veel geld kost. Ik wil geen suiker meer eten, omdat ik me beter voel als ik het niet eet.

Bovenstaande schreef ik allemaal op 25 januari en ondertussen kan ik daar weer op reflecteren. Ik koop weer eten op stations, wel zijn dat eiwitrijke, gezonde tussendoortjes zoals brood met zalm of een wrap met kip. Ik drink nog steeds erg weinig koffie, dit gaat vanzelf. Ik kan om de paar dagen erg genieten van een kopje goede bonenkoffie. In mijn dagelijks dieet eet ik nog steeds geen geraffineerde suiker, al heb bijvoorbeeld het afgelopen weekeind wel veel gesnoept van zelfgebakken koekjes van een huisgenoot.

Dit experiment lijkt dus blijvende gedragsverandering te hebben veroorzaakt. Het was net als mijn eerste experiment een succes. Ondertussen ben ik een nieuw experiment gestart dat helaas minder vlekkeloos verloopt. Het hoe en waarom daarvan zal ik binnenkort posten.

Verandering gebeurt als je stopt met leren

trein-foto

Een grijze maandag in januari. Ik zit in de trein op weg naar huis en lees een artikel van de BBC over het gebruik van pen en papier. De boodschap is dat mensen die gewend zijn in een online omgeving te werken veel baat hebben bij plannen of brainstormen met pen en papier. Het geeft mogelijkheden die je niet op een computer vindt. Ik lees het artikel en bedenk me dat ik eigenlijk al volgens dit advies leef: tijdens colleges maak ik op papier mindmaps die ik later aanvul met stof uit het lesboek. Voor het tentamen zijn mijn handgeschreven aantekeningen het enige geheugensteuntje of samenvatting die ik nog doorlees. Daarnaast schrijf ik op papier een dagboek. De rust van het schrijven met pen en de afwezigheid van een fel blauw scherm maken dat ik vaak ’s avonds in het dagboek schrijf, voordat ik naar bed ga. Maar de vraag is nu, waarom las ik dat artikel van de BBC? Ik wist toch immers al wat er in stond?

We stoppen onszelf vol met informatie over productiviteit, zingeving, gezondheid. Met nieuwe feitjes of methoden, maar ook met kennis die we al hadden die net op een andere manier gepresenteerd wordt. Geven we onszelf ook nog de kans om de kennis toe te passen? Als je tien minuten over hebt in de trein, lees je dan het artikel “tien voordelen van mediteren” dat je aandacht op Facebook trekt? Of ga je tien minuten op je ademhaling letten? Als je ’s avonds tijd over hebt, kijk je dan een televisieprogramma over gezond eten of stap je de keuken in om alvast een salade voor de lunch van morgen voor te bereiden?

Voor het gemak onderscheid ik hier twee mogelijke wegen die een mens kan gaan. Bij de ene manier van leven word je overspoeld, je word van alle kanten overvallen met informatie over hoe je gezond moet eten, meer moet bewegen, meer moet mediteren. Je wilt de voordelen van deze activiteiten wel plukken, maar hoe maak je er tijd voor? Er is immers al zoveel om op te pakken en je kunt het toch nooit goed doen. Je zet de televisie aan, opent Facebook en voelt je schuldig over de broccoli die je niet eet, de wandeling die je niet maakt, de yoga-oefening die je niet doet.

Bij de andere manier realiseer je je dat je al meer dan genoeg weet over productiviteit en gezondheid. Je stopt met het toevoeren van nog meer informatie. In de trein kijk je uit het raam, thuis zit je ’s avonds met een kop thee je leven te overdenken. Opeens voelt het alsof er ruimte en tijd is. Er komen ideeën in je naar boven die uitvoerbaar lijken. Je voelt de rust om langzaam je gewoonten te veranderen en een gelukkiger, gezonder mens te worden. Je realiseert je dat je genoeg kennis hebt om de komende twintig jaar toe te passen. Door de rust en stilte in je hoofd, als gevolg van minder informatietoestroom, kom je ook zelf op nieuwe ideeën. Je moet je brein de kans geven bij te komen, de kans geven om orde uit de chaos te halen. Verandering gebeurt als je stopt met leren en begint met toepassen.

Experiment 2: zoetigheid en koffie, vaarwel

plaatje-experiment-2

Ik denk niet dat mijn volgende experiment bijzonder veel toelichting vereist.

Ik drink redelijk veel koffie, voel ook een zekere afhankelijkheid voor koffie en wil onderzoeken hoe mijn leven eruit ziet zonder dit goedje. Ik eet bij de koffie iets suikerigs, meestal chocola en eet daarnaast soms ook jam of chocoladepasta uit de pot wanneer ik trek heb in iets zoets. Dit lijken mij ongezonde gewoontes en daarom wil ik kijken hoe een maand zonder suikerigheid bevalt. Ik denk niet specifiek dat suiker van zichzelf ongezond is, maar ik denk wel dat alle suiker die ik tussendoor eet overbodige calorieën aan mijn eetpatroon toevoegt die mijn vetpercentage ongewenst hoog houden. Ik ben benieuwd wat een maand zonder met mijn lichaam gaat doen.

Ik combineer koffie en zoetigheid in een experiment omdat ik ze vaak samen nuttig. Andere bloggers elimineren bijvoorbeeld koffie en alcohol tegelijkertijd omdat het allebei “mind altering substances” zijn. Omdat ik sowieso al weinig alcohol drink en hier al helemaal geen afhankelijkheid voor voel, kies ik ervoor alcohol niet mee te nemen.

Wat betreft de concrete regels: omdat het moeilijk is alle geraffineerde suiker uit mijn dieet te verwijderen, doe ik dit niet. Ik elimineer alleen de zoetigheden die ik normaal gesproken na of tussen de maaltijden eet. Echter, wanneer ik taart aangeboden krijg op een verjaardag zal ik die niet weigeren. Koffie wil ik wel echt helemaal elimineren, omdat ik ook specifiek wil onderzoeken hoe ik zonder cafeïne functioneer.

Naast zoetigheid met koffie at ik ook vaak van die lekkere warme broodjes met vlees die je op stations kan kopen. Omdat ik dat ook zie als extra calorieën die je buiten de maaltijden om nuttigt, stop ik ook hiermee. Tot slot geldt als overweging dat juist alle tussendoortjes die ik onderweg koop, een onevenredig groot aandeel van mijn voedseluitgaven zijn.

Het experiment heeft dus een drieledig doel:

  • Om te kijken hoe ik functioneer zonder cafeïne.
  • Om te kijken of ik minder calorieën inneem als ik geen zoetigheid en tussendoortjes eet en zo ja, hoe dat mijn lichaam verandert.
  • Om te kijken of mijn uitgaven aan voedsel omlaag gaan met deze maatregelen.

Dit zijn erg concrete lichamelijke en financiële doelen. Natuurlijk zou je ook kunnen denken aan een geestelijk doel, zoals “het onderzoeken van mijn geestelijke afhankelijkheid aan tussendoortjes”. Toch noem ik dit niet als expliciet doel, omdat ik niet voorzie dat ik het heel moeilijk vind om tussendoortjes te laten staan. Het is meer een rationele beslissing gericht op lichamelijke en financiële gezondheid om er tijdelijk mee te stoppen. Eerst deed ik het altijd wel omdat ik dacht dat ik het financieel en lichamelijk wel kon hebben. Nu ik merk dat mijn vetlaagje ondanks veel sport niet dunner wordt en mijn bankrekening tegelijkertijd wel slinkt, is het een goed moment om dit te ondernemen. Wanneer toch blijkt dat ik geestelijk een sterkere band had met chocola en koffie dan verwacht, zal ik hierover schrijven in het eindverslag.

 

Facebook en televisie, vaarwel!

winterrun

Het is vandaag Tweede kerstdag en daarmee is een einde gekomen aan mijn eerste experiment, een maand lang geen schermpjes voor vermaak. Het was een groot succes.

In het begin van het experiment merkte ik al dat het schrappen van gewoonten die je altijd had zonder er bewust voor te kiezen, een grote impact op je dagelijks leven heeft. Ik beleefde mijn avonden op een heel andere manier. Opeens waren er niet meer de vanzelfsprekende uren achter de televisie. Ook reizen met het openbaar vervoer veranderde dramatisch. Waar ik eerst mijn tijd vulde met gedachteloos Facebook bekijken, had ik nu opeens lege uren tot mijn beschikking.

Wat ging ik doen om de gewonnen tijd in te vullen? Ik heb gemerkt dat ik naar alternatieven begon te zoeken. Op een avond was ik een aflevering van Game of Thrones aan het downloaden, terwijl ik de afgelopen anderhalf jaar geen enkele serie heb gekeken. In het openbaar vervoer bezocht ik websites van de Volkskrant of de NRC, om de artikelen te lezen die normaal gesproken op mijn tijdlijn van Facebook verschenen. In eerste instantie vond ik het lastig om met deze neigingen om te gaan. Een geluk was dat ik me er van bewust was wanneer ik naar een alternatief zocht, omdat het nog geen automatisch gedrag was. Vaak was die realisatie dat ik probeerde te ontsnappen uit het huidige moment al genoeg om me weer de aandacht te doen focussen op dat waar ik mee bezig was. Nu dringt de vraag zich op: maar ik mag toch interessante artikelen lezen, goede series bekijken? Natuurlijk, maar de manier waarop ik die activiteiten tot nu toe in mijn leven verwerkte was schadelijk, omdat ik het altijd deed om aan iets anders te ontsnappen. Wanneer je naar Game of Thrones, de NPO, Facebook of 9gag kijkt terwijl je eigenlijk iets anders had moeten doen, voel je je slecht. Wanneer je het gebruikt als verdiende ontspanning na een aantal uren of een dag hard werken is het een heel ander verhaal. Ter illustratie van de donkere kant van schermpjesgebruik het volgende fragment uit het dagboek dat ik de afgelopen maand bijhield:

Deze week waren de momenten dat ik zin had om naar een scherm te kijken opvallend aanwezig, waarschijnlijk omdat ik op dat moment niet aan mijn neiging kon toegeven en dus even uit een automatische gedragshandeling getrokken werd. Een aantal keer heb ik op de bank in de woonkamer gezeten, kijkend naar een zwart televisiescherm. Een aantal keren zat ik op mijn kamer naar mijn laptop te staren. Ik voelde me op die momenten opvallend slecht en had absoluut nergens anders zin in. Dit experiment confronteert me dus met kleine dipjes gedurende de dag die ik normaal gesproken ‘oplos’ door naar een scherm te kijken.

Naast die paar keer dat ik in de vrijgekomen tijd naar een alternatief zocht, had ik natuurlijk nog heel veel extra tijd die ik in kon vullen. Halverwege het experiment schreef ik:

Het experiment gaat fantastisch. Ik voel minder weerstand tegen huishoudelijke klusjes zoals de was doen en stofzuigen. Soms geef ik mezelf even pauze, en dat voelt dan ook echt als pauze, omdat je echt even niets doet. Ik voel me meer gefocust.

De afgelopen maand was erg productief. Het contrast met de maand ervoor, toen ik een slechte periode had, was daardoor nog groter. Het huishouden op orde houden koste geen moeite meer, ik heb een onderzoeksproject wat al lang op z’n gat lag weer voor mezelf uit het slop weten te trekken, ik heb uitstekende prestaties gehaald op de universiteit.

Na dit experiment weet ik zeker dat ik niet meer terug wil naar de manier waarop ik “vroeger” schermpjes gebruikte. Ik wil alleen nog televisie kijken wanneer ik een specifiek programma erg graag wil zien. Ik wil Facebook alleen nog gebruiken om te communiceren met vrienden en om één keer per week te kijken wat zij op hun tijdlijn hebben gepost.

Bij een afsluitend verhaal als dit horen uiteraard ook nog enkele filosofische gedachten over de rol van televisie en internet in onze huidige maatschappij. Ik denk dat wij nog niet geleerd hebben hoe we om moeten gaan met de mogelijkheid om op elk moment van de dag een stroom vermaak aan te zetten. Net zoals eten met veel suiker, zout en vet een bovennatuurlijke stimulus is die inspeelt op ons eetsysteem, speelt bewegend beeld met informatie als een bovennatuurlijke stimulus in op ons visuele en auditieve systeem. Net zoals gezond eten minder aantrekkelijk is dan fastfood, maar wel beter voor het lichaam, zijn geconcentreerde blokken van werken, aandachtig luisteren naar een spreker, of gefocust schrijven betere activiteiten voor de geest dan het consumeren van allemaal losstaande “mindsnacks’”, maar ze zijn wel minder aantrekkelijk. Minder aantrekkelijk op de korte termijn, want op de lange termijn ben je een succesvollere student of werknemer wanneer je voor de gezonde mentale keuzes kiest en je niet constant laat verleiden tot het vermaak van het internet en de televisie. En net zoals af en toe een frietje of een taartje in een gezond dieet past, past ook het bezoeken van Facebook of het kijken van televisie in een gezond “informatiedieet”. Toen ik zelf echter meerdere uren per dag hieraan besteedde en ook voelde dat het impact begon te hebben op mijn studieprestaties en mijn persoonlijke leven, begon ik me achter de oren te krabben.

Als toevoeging hierop wil ik nog schrijven dat de ongezonde keuzes (zowel op voedings- als informatiegebied) aantrekkelijker worden wanneer het slecht met je gaat. Als je weinig voldoening haalt uit studie of werk, als je je ontevreden voelt of als je ongelukkig bent, zijn fastfood en vermaak uitvluchten die je tijdelijk wat opluchting kunnen geven. Wanneer je hier echter teveel aan toe geeft, kun je in een vicieuze cirkel komen doordat het nog slechter gaat op andere terreinen in je leven. De slimste en meest effectieve, maar ook op korte termijn de moeilijkste oplossing voor je problemen is om ze te confronteren, ermee aan de slag te gaan.

Nogmaals, dit experiment was een groot succes. Door het op mijn blog aan te kondigen voelde het officiëler dan de vluchtige voornemens die ik soms maakte in de loop van de dag (vandaag kijk ik niet meer op Facebook). Doordat het een maand duurde was het erg overzichtelijk, maar toch ook weer lang genoeg om nieuwe gewoontes te scheppen. Door de gewoonte waar ik mee in mijn maag zat even te elimineren, was het mentaal heel makkelijk om me aan mijn voornemens te houden. Ik besteedde geen tijd meer aan twijfelgedachtes over het wel of niet kijken van televisie. Door mijn enthousiasme ben ik van plan in januari een nieuw experiment te starten, namelijk het stoppen met koffie en suiker voor een maand. Het hoe en waarom hiervan zal ik in de loop van deze week posten.

 

 

 

Experiment 1: een maand geen vermaak door schermgebruik

img_4184

Vandaag heb ik het volgende gedaan:  een documentaire over de productie van de Tesla model S gekeken, verschillende episodes van Southpark en Family guy gekeken, een kookshow van Jamie Oliver over superfoods gekeken en anderhalf uur gesport. Die sporttraining had ik gepland, die andere dingen niet. Die “gebeurden”. Tijdens het ontbijt zette ik de televisie aan en bleef per ongeluk een paar uur zitten. Na de lunch idem.

Ik ben hier niet blij mee. Ik had eigenlijk gepland om te leren voor een tentamen van volgende week vrijdag. Nu is het alweer bijna bedtijd en heb ik nog geen boek opengeslagen. Het soort televisiegebruik dat ik hierboven beschrijf overkomt me de laatste tijd nogal vaak. In dezelfde categorie vrijetijdsbestijding valt ook het bezoeken van websites die gebaseerd zijn op een oneindige stroom aan informatie, weetjes en grapjes waar je doorheen kan scrollen.

Zojuist liep ik met een vaag gevoel van ontevredenheid naar mijn kamer. Opeens was daar het idee om een maand lang geen televisie te kijken en bovengenoemde soort websites niet te bezoeken. Het is een elegante oplossing: als een bepaalde gewoonte je niet bevalt, probeer het dan eens een tijdje zonder, je kan altijd nog terug. Ik kies er nu voor om me een maand lang niet passief te laten vermaken door een scherm met bewegende beelden.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben geen tegenstander van televisie en internet. Op televisie verschijnen genoeg onderhoudende en interessante programma’s en het internet biedt talloze mogelijkheden tot leren en communiceren. Ik ben een tegenstander van de manier waarop ik televisie en internet gebruikte. Ik ontnam mezelf vrijheid door een slaaf van de afstandbediening en de muis te zijn. Ik koos er nooit bewust voor om naar een schermpje te kijken, het gebeurde altijd als ontwijking van iets anders, waarbij dat anders zelfs een ongrijpbaar gevoel van gemis kan zijn.

Een teken dat dit een goede beslissing is, is het gevoel van opgeluchting dat ik nu ervaar. Omdat ik dit met mezelf zo heb afgesproken, ligt er een maand voor me waarin ik niet meer het vage gevoel van ontevredenheid zal voelen na urenlang naar een schermpje gekeken te hebben. Natuurlijk zal ik productief zijn, maar in de overige uren van de dagen is er opeens tijd om te wandelen, na te denken, te schrijven. Om anders gezegd echt te ontspannen, echt tot rust te komen door niks te moeten, je hoofd tot rust te laten komen.

Het idee van een experiment als dit is dat je één variabele tegelijk verandert om te zien wat voor impact het heeft op je leven. In het verleden heb ik al een tijdlang elke dag gemediteert, een tijdlang geen koffie gedronken, een tijd lang elke dag een takenlijstje gemaakt. Geen van die dingen doe ik nu nog consistent en ik verwacht ook zeker dat ik na de kertvakantie weer televisie ga kijken. Toch hebben de experimenten zin. Af en toe drink ik een paar dagen geen koffie, ik ben me meer bewust van mijn gedachten en welke invloed ze hebben op mijn acties en ik ben beter geworden in het uitvoeren van taken.

Naast de praktische voordelen die experimenten bieden, bieden ze meer: een verbeterd inzicht in je patronen, in je doelen en en in je prioriteiten. Over een maand, op tweede Kerstdag zal ik een artikel schrijven over de manier waarop dit experiment mijn leven heeft beïnvloedt. De regels zijn als volgt: geen televisie kijken in mijn eentje (een film kijken met anderen mag wel), geen internet gebruiken om vermaakt te worden (communicatie met anderen en informatie opzoeken is toegestaan), om voorgaande twee regels na te leven elke keer dat ik een scherm aanzet weten waarom ik dat doe (hierdoor is meteen duidelijk om welke reden je het scherm aanzet).

Er is nu nog een beetje twijfel: is dit niet drastisch, wil ik dit mezelf aandoen. Toch kies ik ervoor, omdat ik weet dat het maar een maand is en omdat ik al jaren met mijn schermgebruik worstel en dit in ieder geval een verandering van de status quo is.

Persoonlijke productiviteit als geluksaanjager

dsc06066-18

“Nee toch, weer een artikel over productiviteit.” – Lezer van de blog Studentenspinsels

Dit artikel type ik in de trein, omdat ik zojuist op mijn telefoon zag dat ik een tijdje terug verzonnen heb dat ik dit artikel in de trein kan typen. Dit behoeft enige uitleg: op mijn telefoon zit een knopje “Nu doen in OV” en als ik daarop druk zie ik de taken die ik kan doen als ik in de trein of bus zit en mijn basisuitrusting bij me heb. Het hoe en wat van deze methode is nu even niet belangrijk. Dit artikel gaat gaat over de weg tot dit soort methodes en hoe je ze vervolgens gebruikt.

Tegenwoordig is er veel aandacht voor productiviteit. De laatste toevoeging aan de bibliotheek die erover geschreven is komt van Tony Crabbe en het heet “Nooit meer te druk”. Dit boek gaat gek genoeg dan weer niet over efficiënt werken, maar over het elimineren van onnodige dingen. Toch sluit het naar mijn mening aan in de rij van boeken over productiviteit, omdat die allemaal vallen onder de overkoepelende vraag: wat wil ik doen in mijn leven en welke gewoontes en technieken moet ik implementeren om dat voor elkaar te krijgen?

Elk boek over productiviteit presenteert een eigen systeem met principes en regels. De kans is echter klein dat je een dergelijk systeem ooit helemaal over zult nemen om het vervolgens voor de rest van je leven te gebruiken. Productiviteit is heel persoonlijk, wat voor jou werkt, werkt misschien alleen maar voor jou en de methode die je leest in een boek is misschien toch niet aan je besteed. In de praktijk komt het er dus op neer dat je luistert en leest naar wat verschillende mensen over dit onderwerp hebben gezegd. Vervolgens verzin je op basis daarvan en op basis van je eigen ervaring een persoonlijk systeem.

Een gevaar hierbij is dat je eeuwig blijft zoeken en lezen zonder ooit iets daadwerkelijk te implementeren in je leven. Na twee of drie boeken zijn de basisprincipes echt al wel duidelijk en draait het om de vraag hoe jij die toe kan passen. Naast alle boeken en blogs wordt het dan ook steeds belangrijker om een andere bron van kennis aan te spreken: je eigen ervaring. Je merkt dat je tijdens vergaderingen of colleges de neiging hebt om op je mobiel te gaan spelen, maar stiekem weet je dat dat je opname van kennis niet gaat vergroten. Wanneer je thuis aan het leren bent voor een tentamen of werkt aan een opdracht, krijg je opeens het idee om koffie te gaan zetten en het journaal te kijken. Stiekem weet je dat je dat niet moet doen als je aan het einde van de dag tevreden wilt zijn.

Ik denk dat veel mensen best weten hoe ze sneller en effectiever kunnen werken, maar dat simpelweg nog niet doen. Daarom denk ik dat het belangrijker is om te focussen op de implementatie van wat je al weet, dan eeuwig te blijven zoeken naar de perfecte methode. Maar wat maakt nu dat je die stap gaat zetten? Ik denk dat dat inzicht is. Inzicht in je doelen en een realisatie van de stappen die er voor nodig zijn om die doelen te bereiken. Als je iets écht wil, dan laat je je facebookverslaving toch niet in de weg staan tussen jou en je doel?

Dit lijkt simpel, alsof je zomaar even tegen jezelf kan zeggen dat je moet gaan doen wat je je voorgenomen had. Maar zo simpel is het niet. Bij mij is het een proces dat nu al twee jaar duurt en nog lang niet voorbij is. Het einde van het proces is een synthese tussen willen en doen: dat wat je wilt doen doe je ook en daar is geen discussie meer over mogelijk.

Op weg naar je eigen productiviteit is het belangrijk om te reflecteren op wat je doet. Hierdoor kan je zien wat werkt en wat niet werkt, om vervolgens te stoppen met wat niet werkt en door te gaan met wat wel werkt. Alle bekende productiviteitsgeboden zoals “elke dag om 6 uur opstaan”, “slechts aan één taak tegelijk werken”, “iets meteen doen als je het binnen twee minuten af kan krijgen” zijn allemaal door iemand opgeschreven die er achter is gekomen dat de regel bij hem of haar werkte.

Deze productiviteitsgeboden zijn niet een einddoel op zich, evenmin is productiviteit een einddoel op zich. Persoonlijke productiviteit gaat over het afstemmen van je ‘doen’ op je ‘willen’, waarbij je manieren verzint om zo snel en efficiënt mogelijk te bereiken wat je wilt bereiken.

Ik wil een goed schrijver worden en dus heb ik een website waarop ik mijn spinsels met de wereld deel. Hier moet af en toe voor geschreven worden, maar vaak kom ik daar bijvoorbeeld ’s avonds niet aan toe in verband met andere bezigheden of moeheid. Daarom bedacht ik me dat ik voortaan wel in de trein kon schrijven, omdat ik daar momenteel toch al twee uur per dag inzit. Een tijd terug zat ik in het OV vaak nog Facebook of andere internetsites af te scrollen. Nu ben ik meer gericht op wat ik écht wil en daardoor gelukkiger. Dat gaat dan niet over geluk in de zien van kortstondig plezier, maar over levensgeluk dat voortkomt uit het gericht zijn het goede, het goede waarvan je zelf hebt ingezien dat het goed is en dat je het wilt.

In contact komen met wat je echt wilt is de hoofdzaak, welk productiviteitssysteem je daarbij gebruikt is interessant, maar minder relevant.

Productiviteit in de zomervakantie

IMG_3782

Iedereen heeft het altijd over vakanties. Waar ben jij naartoe geweest deze zomer? Welke landen heb je bezocht? Ben je nog buiten Europa geweest? Thuis zijn lijkt geen optie te zijn. Maar geef toe, bijna iedereen is het grootste deel van zijn of haar zomervakantie in Nederland.

Nee, de tijd van de zomervakantie die je simpelweg thuis doorbrengt, is eigenlijk veel interessanter dan al die avonturen in het buitenland. Hoe vul je lege dagen en weken? Het algemene karakter van mijn weken thuis was dat van een voorbereiding op een komend collegejaar, afgewisseld met ‘leuke dingen’. De filosofie was dat je ‘noodzakelijke dingen’ beter kan verspreiden over een aantal maanden, dan proberen ze allemaal in één drukke periode te proppen. Zo heb je meer tijd om uit te puffen in je drukke periodes en waardeer je de vrije tijd in de vakantie meer als je ’s ochtends een paar uur aan het één of ander hebt gewerkt. Daarnaast gaat de kwaliteit van dat wat je produceert omhoog als je maar één of twee bordjes tegelijkertijd in de lucht moet houden.

Zo fietste ik de afgelopen weken regelmatig naar de universiteit om een paar uur te werken aan een populairwetenschappelijk artikel over omega 3 vetzuren en het brein. In eerste instantie klinkt het vervelend om in de vakantie de wetenschappelijke literatuur in te duiken. Nu de kladversie er ligt ben ik echter zeer blij dat ik de opdracht heb afgerond voordat alle narigheid van het dagelijks leven weer over me heen valt.

Deze gedachtegang sluit naar mijn idee aan bij het concept van een ‘self-directed life’. Je laat wat je doet niet dicteren door anderen, door deadlines of door nood. Je denkt zelf bewust na over wat je wilt bereiken en plant de activiteiten die nodig zijn om het doel te bereiken vervolgens zo in dat je met weinig stress je doel haalt.

Ik denk dat bijna iedereen ’s nachts wel eens wakker ligt met allerlei wilde plannen. Je voelt het enthousiasme door je heen stromen en het houdt je uit de slaap. De volgende ochtend overvalt het dagelijks leven je echter weer en ben je je wilde plannen vergeten. Maar wat nou als je dit eens niet doet, als je ’s nachts je plannen opschrijft en er de ochtend daarna mee aan de slag gaat? In mijn ervaring stroomt het kortstondige enthousiasme dan door naar je dagelijks leven.

Het zelfgerichte leven brengt ook weer moeilijkheden met zich mee. Je kan niet op je lauweren rusten en het leven over je heen laten komen. Nee, je gaat proactief op zoek naar mogelijkheden. ’s Avonds kijk je geen televisie maar surf je online om nieuwe mogelijkheden te vinden of mail je mensen om te vragen of ze je kunnen helpen met je wilde plannen die je de nacht daarvoor bedacht.

Natuurlijk is er ook de constante twijfel: is mijn leven wel goed zoals het nu is? Deze twijfel moedig je aan, omdat het ook het startschot was van de zoektocht naar het leven dat bij jou past. Je laat de twijfel zijn gang gaan om voortdurend de verschillende aspecten van jouw leven aan de kaak te stellen.

De beloning is er ook: het euforische geval als je bereikt waar je naar streeft, het flow gevoel waarin je vaak leeft omdat je constant op het goede gericht bent, de kracht die je in jezelf voelt.

Mijn populair wetenschappelijke artikel over omega 3 vetzuren en het brein begon als een wild idee in de nacht. Ik fantaseerde over de opluchting die het zou geven om die opdracht af te ronden voor de start van het collegejaar. De dag daarop zocht ik online informatie op en mailde de juiste personen om het proces in werking te zetten. Twee weken later had ik een begeleider en een ondertekend contract waarin precies stond welke opdracht ik uit zou gaan voeren. Aan het einde van de zomervakantie was daar de beloning.