Geld

IMG_2888

Op mijn computer staat sinds twee dagen in de map ‘persoonlijke projecten’ een Word-document met de titel ‘persoonlijke financiën’. De eerste zin luidt als volgt: “Aanleiding document: een plotselinge afname in spaargeld” Het document is gemaakt op 9 augustus, om 23:56. Dit soort documenten maak ik altijd net voordat ik naar bed ga.

In het document staan allerhande maatregelen om de komende tijd mijn spaargeld te stabiliseren en te voorkomen dat de hoeveelheid ervan verder afneemt. Toen ik het maakte voelde ik me net een homeostatisch regelmechanisme: een proces met negatieve terugkoppeling. Als je lichaam bijvoorbeeld merkt dat je bloedsuikerspiegel wat te laag wordt, zet het mechanismen in werking die het weer hoger maken. Toen ik merkte dat mijn rekening laag werd, zette ik mechanismen in werking om hem weer hoger te maken.

Waarom doe ik dat? Is het erg om je spaargeld op te maken aan vakanties? Niet per se, ik ben niet bang om geld uit te geven. Het is de angst om geld te lenen. Mijn moeder heeft honderdduizend keer tegen mij gezegd dat zij en mijn vader slechts één keer geld hebben geleend in hun leven: om een huis te kopen. Zo groeide ik dus op met leenangst. Als je leent, koop je iets wat je je eigenlijk niet kan veroorloven.

Sinds de afschaffing van de studiefinanciering lijkt het voor adolescenten steeds normaler om geld te lenen van de overheid. Dit heet dan alleen geen lening, maar “een investering in jezelf”. De constructie die men bedacht, heet het sociale leenstelsel.

Een vriend, die economie studeert, kan heel goed uitleggen waarom het een goed idee is om te lenen. Ten eerste is het de lening met de meest gunstige voorwaarden die je ooit gaat krijgen. Ten tweede heb je als student geen geld, maar wel tijd om het uit te geven. Ten derde heb je als werknemer van middelbare leeftijd geen tijd, maar wel geld om uit te geven. Conclusie: de middelbare werknemer geeft wat geld aan de student. Hij kan het best missen en de student heeft het wat makkelijker omdat hij geen vier bijbaantjes naast zijn studie hoeft te doen. Een investering in jezelf.

Toch ben ik nog steeds een tegenstander van lenen, al wel om net andere redenen dan Rob Wijnberg. Voor hem is het een principekwestie: een leenstelsel gaat niet samen met een kenniseconomie en het is onbehoorlijk om achttienjarigen te dwingen zich in de schulden te steken, waarmee ze voor ze het doorhebben al aan de overheid gekluisterd zitten.

Voor mij is het een persoonlijke kwestie. Hoe beïnvloedt het leenstelsel de manier waarop jongeren leren met geld om te gaan? We gaan weer terug naar mijn ouders en een jongere Bram. Mijn financiele opvoeding begon met een paar euro zakgeld. Later kreeg ik enkele tientjes kleedgeld per maand, een maatregel die de eerste was in een serie maatregelen waarbij mijn ouders steeds minder voor mij betaalden en ik zelf het beheer kreeg over mijn financien.

Nu ben ik financiëel bijna zelfstandig, op maandelijkse bijdragen van Duo en sporadische bijdragen van mijn ouders na. Ik heb nog geen studieschuld, als ik netjes op tijd afstudeer hoef ik ook mijn OV-kosten en mijn studiefinanciering niet terug te betalen en begin ik met een schone lei aan mijn leven als werknemer van middelbare leeftijd.

Ik ben de eerste om te bekennen dat het zonder bijdrage van Duo en mijn ouders een stuk lastiger zou zijn. Toch draag ik zelf ook voor een groot deel bij aan de netto neutrale balans op mijn rekening. Ik geef weinig geld uit door in een goedkope kamer te wonen, met huisgenoten samen te eten, weinig tot geen nieuwe kleren te kopen, goedkoop met een tent op vakantie te gaan, etc. Verder verdien ik geld met diverse bijbaantjes.

Vanuit mijn volledig subjectieve beeld, beweer ik nu dat het voor mensen van mijn leeftijd goed is om ‘gedwongen’ te worden zuinig met geld om te gaan en geld te verdienen met bijbaantjes naast de studie. Wat is gunstiger voor de financiële ontwikkeling? Maandelijks een ‘gratis’ bedrag op je rekening gestort krijgen wat je over dertig jaar terug moet betalen, of een bedrag op je rekening krijgen wat je zelf hebt verdiend met inhoudelijk interessant werk?

Als je het geld zelf verdient hebt, krijg je een gevoel voor de hoeveelheid werk die verzet moet worden om een bepaalde hoeveelheid middelen te genereren. Vervolgens zal je die middelen ook weer zorgvuldiger en met meer nadenkendheid inzetten. Heb ik dit echt nodig? Draagt deze aankoop bij aan het verwezenlijken van mijn doelen?

Tijdens je studententijd geld verdienen en selectief uitgeven aan zaken waar je echt voldoening uithaalt, geeft een gevoel van zelf ‘empowerment’. Er komt weinig geld binnen en je geeft weinig uit, maar je leert al om een goede balans te vinden tussen inkomsten en uitgaven.

Tot nu toe was dit betoog misschien nog niet heel overtuigend, dus laat ik snel verder gaan naar de volgende fase. Als je met je opgebouwde financiële vaardigheden aan je werkende leven begint, kan je er heel rationeel voor kiezen om maar een bepaald percentage van wat je verdient uit te geven. Het bespaarde geld kan je investeren of op een spaarekening zetten, om zo binnen twee of drie decennia financieel onafhankelijk te worden. Je hebt dan de volledige beschikking over je eigen tijd, voor de veertig of vijftig jaar die je leven op dat moment nog rest.

Daar gaat het mij om: bewust geen geld lenen van de overheid, waardoor je jezelf dwingt om verstandig met het kleine beetje geld dat je verdient om te gaan. Hierdoor leer je jezelf rationeel met geld om te gaan, zodat je later in je leven je verdiende geld uit kan geven aan het kopen van vrijheid in plaats van het kopen van vliegvakanties en dagjes Efteling.

Het tegenovergestelde scenario is dat je nu veel geld leent van de overheid, waardoor je geen druk voelt om geld te besparen en rustig achterover kunt leunen terwijl je je studie afmaakt. Hierdoor wen je aan de aanwezigheid van geld. In je werkende leven zetten de opgebouwde onverstandige financiele gewoontes zich voort en ben je tot je zevenenzestigste aan een baan gebonden. En dan moet je ook nog je studieschuld afbetalen.

En daarom ben ik tegen het lenen van veel geld, omdat het de financiele creativiteit afstompt en luie consumptieburgers van mensen maakt.

 

 

Jij maakt mensen aardig

IMG_4050

Reisdagboek 04-08. Tijd: 11:56. Plaats: trein RE5115 van Trier naar Koblenz (Duitsland).

Vanochtend vroeg wakker geworden door luidruchtige campinggenoten. Ontbeten, Italiaanse vriend maakte koffie voor mij en had een broodje. Belegd met natte boter (regen) en Nutella uit een gevonden pot. Leef nog steeds. Ook nog wat muesli. Natte tent ingepakt. 35,45 afgerekend en naar bushalte Messerparke gelopen. Bus 3 naar Hbf (Hauptbahnhof). In de bus man, 70 +, pet, sandalen met sokken, overhemd, bodywarmer, deed me aan opa denken. Stapte met glimlach uit bij Porta Nigra. Op trein mama gebeld, veel zin om aardappels, groente en zalm met gezin te eten en in bad te gaan. Nu trein.

Bovenstaande staat op een verfrommeld briefje in mijn portemonnee. Ik schreef het in de trein op weg naar huis, geïnspireerd door een boek dat ik las: “The innocents abroad” van Mark Twain. Mark Twain beschrijft zijn reis vanuit Amerika naar Europa, in de negentiende eeuw. In de avond houden allerhande personen een reisdagboek (journal) bij, maar allen zijn ze vanaf het begin gedoemd om na enkele dagen al te stoppen. Een goed reisverslag van de bijzondere reis naar Europa zou veel geld waard zijn, maar om maandenlang elke avond pagina’s vol details te schrijven, vergt een behoorlijk doorzettingsvermogen.

Desondanks was ik toch geïnspireerd en schreef dus op de laatste dag van mijn reis 100 woorden, waar het ook bij bleef. Ik kwam met de trein uit Trier, het eindpunt van een wandeltocht van 300 kilometer door de Duitse Eiffel. Twee weken wandelde ik en sliep ‘s nachts in een tent. Soms op een camping, maar meestal ergens in de natuur. Alleen al deze reis biedt inspiratie voor tien onderwerpen om over te schrijven. Over sommige onderwerpen heb ik al geschreven. Je kan het wandelen zien als een experiment, als een mooi voorbeeld van hedonistische adaptatie en als een vorm van onregelmatig en spannend leven. Wat er echter tijdens deze vakantie in mijn beleving het meest uitsprong, was het contact met andere mensen.

In mijn reisdagboek noemde ik al de Italiaanse vriend. Ik kwam hem tegen op een stadscamping in Trier en we hebben gesprekken gevoerd, door de stad gewandeld, samen gekookt en gegeten. Al na een paar uur had het contact een zekere vanzelfsprekendheid over zich en op de ochtend van vertrek ontbeten we samen alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Eerder had ik al een aantal uur samen gelopen met een Duitser, een avond op een camping doorgebracht met een Nederlander en ontelbare korte gesprekken gevoerd met andere wandelaars en verkopers in winkels. De laatste dagen, toen ik op blote voeten liep omdat mijn schoenen pijn deden, leek het alsof iedereen die ik tegenkwam een gesprek met mij aanknoopte, zonder dat ik daar zelf iets voor hoefde te doen!

Natuurlijk, dit zijn vrij normale ervaringen voor alleenreizigers en ik ben zeker niet de eerste en de laatste die het meemaakt. Maar voor mij was het nieuw en ook bijzonder, omdat ik altijd dacht dat “het niets voor mij was”. Als je een beetje verlegen bent en schuw voor mensen die je niet kent, is het tamelijk eng om ze aan te spreken of iets van ze te vragen. Tot vorig jaar ging ik met mijn ouders en mijn broertje op vakantie en sprak dan de hele vakantie met niemand anders dan mijn ouders en mijn broertje. Verder was ik al met vrienden op vakantie geweest, maar ook dan ben je toch redelijk op elkaar gericht.

Nu ik alleen op pad was, veranderde ook mijn houding naar andere mensen. Ik begon ze te zien als bronnen van leuke gesprekken, tips, advies en hulp, in plaats van bedreigingen die je persoonlijke ruimte verstoren. Voor mij werd hierdoor duidelijk dat ik diegene ben die het beeld vormt van andere mensen, dit volledig subjectieve beeld. In een stad zocht ik een bank en kwam twee armoedig uitziende mannen tegen. Ik sprak ze aan en ze zijn met me mee gelopen naar de bank die ik zocht, ondertussen informerend naar mijn bezigheden. Op straat kom je geen objectief onaardige of aardige, open of gesloten, goede of slechte mensen tegen. Mijn perceptie maakt ze onaardig of aardig, etc. En als ik al besloten heb dat iemand onaardig, gesloten of slecht is, dan zal ik diegene ook zo tegemoet treden (of juist niet) dat die indruk bevestigd wordt. In de psychologie heet dit een selffulfilling prophecy, een zelfvervullende voorspelling.

Het grootste deel van de mensen was zeer bereid om me te helpen als ik iets aan ze vroeg. Omgekeerd ben ik dat zelf ook. Als ik iemand de juiste richting aanwijs, wat muntjes of water geef, voel ik me meestal lichtelijk euforisch. Als ik dit weer omkeer en mijn euforische gevoel voor het gemak generaliseer naar alle andere mensen, kan ik zeggen dat ik mensen help door iets aan ze te vragen: ik geef ze daarmee de kans om mij te helpen en zich daardoor een goed mens te voelen.

Wat ik dus tijdens mijn vakantie ervaren heb, is dat ik de leukste gesprekken voer en hulp van alle kanten krijg als ik open ben naar mensen, ervan uit ga dat ze goed zijn en verwacht dat ze mij willen helpen. Als ik mijn ervaring nu generaliseer naar een soort van advies, zou ik zeggen: durf alleen te reizen, durf gesprekken aan te knopen, durf te vragen, ook als je denkt dat je verlegen bent en “het niets voor je is”. En misschien vind je jezelf dan terug op een camping terwijl een Italiaanse vriend koffie voor je maakt.

Italiaanse koffie, zeer goede koffie. Elk klein sipje een smaakexplosie in de mond. Met metaalkleurig espressopotje direct op de brander en het beste Italiaanse koffiemerk.

Effectieve tijd in de bioscoop

IMG_20141219_135103

Vrijheid kan beangstigend zijn. De vakken die ik nu volg, leggen de studenten nauwelijks verplichtingen op. In groepjes werken we aan ons eigen voedingsonderzoek waarbij we zelf de tijd in kunnen delen. Over een paar weken is de eindpresentatie en moet het verslag af zijn.

Het is natuurlijk niet gek dat juist dit de laatste verplichte vakken van de bachelor zijn. Ze laten ons alvast merken hoe het is om aan je thesis te werken of aan je promotieonderzoek. De vaste structuur van colleges en werkcolleges heeft plaatsgemaakt voor een variabele structuur met afspraken met experts, vergaderingen met je groepje en werktijd in de bibliotheek.

Voor mijn gevoel werk ik nu uiterst effectief aan de vakken. Waar ik (onderzoeks)projecten eerst als één grote, enge, berg werk zag, begin ik nu gewoon elke dag opnieuw en kom zo elke dag een stukje verder. In de afgelopen week heb ik bijvoorbeeld aan de inleidingen van de verslagen gewerkt. Dat houdt in dat ik een aantal relevante wetenschappelijke artikelen uitprint, die doorlees en de belangrijkste informatie op een overzichtelijke manier presenteer om de relevantie van ons onderzoek aan te tonen.

Dit klinkt eenvoudig, maar het heeft even geduurd voordat ik deze werkdynamiek beheerste. Als ik een jaar geleden een inleiding moest schrijven kon ik eindeloos om de kern heendraaien. Ik beantwoorde een mailtje, stuurde een stukje tekst op voor feedback, schaafde de eerste zin nog wat bij, maar weigerde vooral om écht de literatuur in te duiken en iets op te schrijven wat er écht toe deed. Dit zorgde dan voor frustrerende uren waarin ik het gevoel had niet verder te komen.

Wat ik nu leer, is de vaardigheid om meteen te zien welke actie je moet ondernemen om vooruit te komen in een project en een voldaan gevoel over te houden aan werk. Voor mijn vakken betekent dit dus momenteel literatuur opzoeken en de conclusies daarvan in mijn eigen woorden op papier zetten. Voor mijn website betekent dit momenteel dat ik meteen begin met schrijven, zonder eerst te brainstormen over het perfecte onderwerp. Voor het avondeten betekent dit dat ik direct een recept kies om te maken, zonder alle opties te overwegen.

Dit klinkt eenvoudig, maar heel vaak is het moeilijk. De makkelijkste weg op korte termijn is altijd om ergens omheen te draaien, om te dralen, het voor je uit te schuiven. Op langere termijn word ik hierdoor echter gestrest, heb ik het gevoel druk te zijn zonder iets te presteren. Omdat ik echter begrijp dat mijn leven veel makkelijker wordt als ik nu niet kies voor de makkelijke weg, wordt de moeilijke weg gek genoeg makkelijk. Ik vind het nu makkelijker om meteen te beginnen met werken en niet op www.facebook.nl te kijken. Als ik meteen begin met werken, voel ik me in mijn element. Als ik uitstelgedrag vertoon voel ik me lamlending.

Bovenstaande gaat in eerste instantie over de taken die niet ingeroosterd staan in je agenda. Ingeroosterde afspraken en vergaderingen zijn veel makkelijker. Daar ga je gewoon naartoe omdat je er op een bepaald tijdstip moet zijn. Bij de uitvoering van de taken die ik op me neem tijdens vergaderingen ging het echter vaak mis.

Je kan natuurlijk een heel duidelijk overzicht van je taken bijhouden. Maar daarmee voer je ze nog niet automatisch uit. Om te leren dat goed te doen, heeft het voor mij heel erg geholpen om vaak onproductief te zijn en daar op te reflecteren. Door terug te denken aan productieve uren in de bibliotheek en onproductieve uren, kan ik achterhalen wat wel werkt en wat niet werkt. Na wat ervaring hiermee begin ik steeds beter in te zien wat ik het beste kan doen. Dan komt de laatste en misschien wel de moeilijkste stap: dat doen waarvan ik weet dat het het beste is wat ik kan doen. Om te leren dat te doen, heeft het voor mij geholpen om dat vaak niet te doen. Hierdoor realiseerde ik me hoe destructief dat is, hoe weinig voldoening het geeft.

En zo leer ik steeds beter om effectief te werken. De voldoening en de het plezier die ik ervaar als ik effectief werk, zijn alleen maar een aanmoediging om ermee door te gaan. Om slechte patronen te doorbreken, is het soms goed ze eerst te doorleven. Je probeert niet om er zo snel mogelijk vanaf te komen, maar observeert in hoeverre ze je helpen. Als je dan uiteindelijk de keus maakt ze te doorbreken, gestuurd door enthousiasme over de mogelijkheid van een ander patroon, is de kans groter dat je definitief iets achter je laat.

Hier gaat het om: leren omgaan met vrijheid, leren om je eigen tijd in te delen en effectief te werken aan de projecten die jij belangrijk vindt. De studententijd is hier uitermate geschikt voor. Zelfobservatie en zelfreflectie zijn de gereedschappen die je nodig hebt bij dit proces. De beloning ligt voor het oprapen: een bevrijd gevoel.

Mag je van de Boeddha aan koffie verslaafd zijn?

IMG_20141005_201603

Vrijdagavond heb ik thuis op de bank wat alcoholische consumpties genuttigd en toen ik de ochtend daarop wakker werd, las ik over het experiment van een andere blogger om een maand lang geen alcohol en cafeïne tot zich te nemen. In zijn artikel daarover legt hij heel schematisch en duidelijk uit welke vragen hij met het experiment wilde beantwoorden en geeft hij ook de antwoorden op die vragen.

Zelf heb ik wel eens besloten om een week geen koffie te drinken. Het ging prima, ik had ‘s ochtends wel erg veel zin in een bak zwarte drab, maar ervoer geen ontwenningsverschijnselen. Na die week ben ik weer koffie gaan drinken, puur omdat ik het zo lekker vind. Het experiment was nuttig in die zin dat ik erachter kwam niet verslaafd aan koffie te zijn. Of was ik het toch wel? In de eerste beschrijving van zijn experiment verwijdt de zojuist genoemde blogger de definitie van verslaving en laat er ook “attachments” onder vallen. In het Nederlands het best vertaald als ”gehechtheden”. Verslaving zou je kunnen zien als een vorm van gehechtheid die serieuze en dramatische consequenties heeft voor de manier waarop je je leven leidt.

Maar waar hebben we het over als we het over gehechtheden hebben? Gehechtheid kan je zien als de traditionele uitleg van wat lijden is, volgens de blogger die ik nu voor de derde keer aanhaal. Elke vorm van irritatie, boosheid of afgunst die je tegenkomt, is een teken dat iemand niet krijgt wat hij of zij verlangt. Als ik boos ben omdat de trein te laat is, concludeer ik dat ik gehecht ben aan punctualiteit. Als ik geïrriteerd ben als iemand zijn of haar neus ophaalt, dan ben ik gehecht aan de afwezigheid van mensen die hun neus ophalen. Als we deze gehechtheden kwijt raken, winnen we vrijheid omdat we niet afhankelijk zijn van de omstandigheden om ons heen voor onze innerlijke gemoedsrust.

Dan weer terug naar mijn ochtendkoffie. Volgens onze werkdefinitie ben ik gehecht, misschien wel verslaafd aan deze stimulerende substantie. Dit perkt mijn vrijheid in, omdat er minder denkbare omstandigheden zijn waarin ik floreer. Anders gezegd, als de koffie op is, word ik chagrijnig. Dit realiseer me al maanden, maar toch heb ik nog geen stappen genomen om met mijn ochtendkoffie te stoppen. Immers, als ik een week geen koffie drink wen ik daar ook weer vanzelf aan. Waarom dan nu moeite doen om je voor te bereiden op situaties waarin datgene waaraan je gehecht bent je wellicht wordt ontnomen?

Om die laatste vraag te heroverwegen gaan we toch weer terug naar de trein die te laat is en de mensen die hun neus op halen. Er is namelijk een belangrijk verschil tussen mensen en treinen aan de ene kant en koffie aan de andere kant. De hoeveelheid koffie in mijn keuken kan ik controleren. Ik weet met bijna volledige zekerheid dat als ik morgen naar de supermarkt ga, er honderden pakken koffie op een potentiële koper liggen te wachten. Ook weet ik bijna zeker dat mijn koffie ‘s nachts niet gestolen wordt en dat het koffiezetapparaat naar behoren werkt als ik mijn brouwsel wil gaan maken. Samengevat weet ik met bijna volledige zekerheid dat ik morgen weer met mijn neus boven een kop dampende, zwarte glorie hang.

Dan de mensen en de treinen. Ik heb geen idee of de trein op tijd komt. Ik heb geen idee of er in mijn omgeving iemand is die zijn neus op gaat halen. Het zou dus behoorlijk vervelend kunnen uitpakken als ik toch gehecht ben aan de punctualiteit van de trein of de afwezigheid van mensen die hun neus ophalen.

Nu ik bovenstaande teruglees lijk ik net een zelfhulpauteur. Er ontbreekt alleen nog een conclusie in dik gedrukte letters: hecht je dus niet aan uitkomsten die je niet kan controleren. Toch wilde ik daar dit stuk niet mee afsluiten. Is het immers erg om iets te verlangen en het niet te krijgen? Is het erg om geïrriteerd, boos of afgunstig te zijn? Is het wel wenselijk om nergens aan gehecht te zijn, wordt je dan niet een apathische nihilist, die niets geeft om de toestand van de wereld? Misschien is voor jou het antwoord op deze drie vragen wel drie maal “nee”.

Maar stel nou dat elke vorm van ongelukkigheid, lijden en verdriet in je leven veroorzaakt is een vorm van gehechtheid? Dat er een vorm van tevredenheid en innerlijke rust mogelijk is als je je onthecht? Laten we naar de Boeddha gaan voor suggesties van antwoorden op deze vragen. De Boeddha formuleerde de vier nobele waarheden. Kort samengevat: er is lijden (Dukkha), dit lijden heeft een oorzaak, het kan opgegeven worden en er is een pad naar de opheffing van dit lijden.

Dit is niet zomaar een theoretisch verhaaltje. De Boeddha zei dit niet zodat wij het tweeduizend jaar later op een Wikipediapagina kunnen lezen om vervolgens te denken: interessant, weer wat geleerd, nu weer verder. De Boeddha zei dit uiteraard omdat het hem van het grootste belang leek dat ieder zich dit voor zichzelf realiseerde. Hij had volgelingen toen hij leefde, je hebt geen volgelingen als je ze niets bij te brengen hebt.

Ik geloof persoonlijk dat mensen een gemoedstoestand kunnen bereiken waarin er geen lijden is, wat dat lijden dan precies mogen zijn. Anders gezegd, die Boeddha, die had het ergens over. Over iets concreets, iets haalbaars. Ik geloof ook dat het belangrijk is die gemoedstoestand voor mezelf te realiseren. Daarom zit ik elke dag op een kussentje te mediteren. Dit is meteen paradoxaal, omdat ik daardoor weer lijk te streven naar iets. Toch schijnt het te helpen. Al drink ik nog steeds elke ochtend een sloot koffie.

 

 

Een herleving (?)

IMG_2946

Het is zaterdagochtend, kwart voor twaalf. Ik zit gedoucht achter mijn bureau. In de weerspiegeling van het scherm van mijn laptop zie ik ongekamd haar, een beginnende baard, vermoeide ogen en een oud, wit T-shirt.

Zojuist bezocht ik voor het eerst sinds tijden weer mijn website, bovenin de browser heb ik de artikelen “Een week zonder Facebook”, “Dingen gedaan krijgen”, “Schulden afbetalen” en “Overgave aan het leven” geopend. Die eerste twee dateren van vier maanden terug. Ik schreef ze in en vlaag van inspiratie en hernieuwd enthousiasme, nadat ik een week in een klooster had doorgebracht. “Schulden afbetalen”, uit oktober 2015 was het sluitstuk van een aantal maanden waarin ik regelmatig iets schreef. “Overgave aan het leven” is een typisch artikelen uit de hoogtijdagen van de deze website, als die ze ooit al gehad heeft. Het begint met een situatie in het dagelijkse leven en verandert daarna in een tekst met half filosofische overwegingen over overgave en verandering.

Dat artikelen schreef ik een jaar geleden. Toen was ik achttien, nu ben ik negentien. Toen was ik een eerstejaars student, nu ben ik een tweedejaars student. Toen dacht ik anders na dan nu. En het zou maar zo kunnen dat ik op dit moment in mijn leven weer verder ga met schrijven op mijn website. Ik weet niet waarom ik er überhaupt mee gestopt ben. Het was niet dat ik geen behoefte aan schrijven en zelfreflectie had, ik heb in de afgelopen maanden Word-documenten volgekalkt met gedachten over productiviteit, zelfverbetering en geluk. Het was ook niet dat ik geen behoefte had om mijn gedachtespinsels te delen. Ik schreef elke maand een column in de Gelderlander, waarin ik steeds meer van mezelf bloot gaf. Misschien was het de realisatie dat ik net zo goed informeel voor mezelf kon schrijven, als ik toch niet veel reacties kreeg op deze website. Bijkomend voordeel is dan dat je niet op de spelling hoeft te letten.

Vanochtend echter kreeg ik inspiratie. Gisterenavond heb ik thuis op de bank wat alcoholische consumpties genuttigd en toen ik vanochtend wakker werd las ik over het experiment van een andere blogger om een maand geen alcohol en cafeïne tot zich te nemen. Toen ik daarna onder de douche stond, besloot ik dat ik mijn reflecties, ook wel studentenspinsels genoemd, weer met de wereld wil gaan delen.

Er is genoeg om over te schrijven. Ik volg nu de laatste twee verplichte vakken van mijn bachelor, volgend jaar ga ik een minor in Amsterdam doen. De afgelopen weken heb ik veel getwijfeld over mijn studie. Dit jaar was ik beursstudent van de stichting Thomas More, waardoor ik veel nieuwe ervaringen en inzichten heb opgedaan. Ik worstel met het Honours programma, waar ik dus al eerder over schreef. Ik heb mijn perfectionisme onder de loep genomen. Sinds de kerstvakantie onderhoud ik een meditatiegewoonte. Ik kijk veel televisie en spendeer veel tijd aan Facebook en grappenwebsites. Ik heb de beslissing gemaakt om in mijn vrije tijd alleen nog maar dingen te doen die ik leuk vind, al weet ik nog steeds niet wat dat nu precies inhoudt.

Samengevat, het leven is nog steeds een zoektocht. Er is nog steeds geen antwoord op de vraag waar ik deze blog anderhalf jaar geleden mee begon. Zoals ik al zei, mijn denken is veranderd. Als ik “hoe moet ik leven” weer teruglees, zie ik in het computerscherm mondhoeken die omhoog krullen. Anderhalf jaar geleden zaten er in mijn schrijven en denken een idealisme, een doelgerichtheid en een morele superioriteit die ik toch zeker deels wel ben kwijtgeraakt. Dat wil niet zeggen dat alles wat ik toen schreef nu niet meer geldt. Als je het aan mij vraagt, zitten er pareltjes tussen de eerste artikelen.

Ondertussen is het kwart over twaalf. Al ben je men moeder, men tante of mijn oma, ik waardeer elke reactie waaruit blijkt dat dat wat ik schrijf gelezen wordt. Ik heb niet veel volgelingen nodig, als elk artikel door één iemand gewaardeerd wordt, is mijn doel al bereikt. Als dat niet zo is, ben ik bang snel weer terug te vallen op informele zelfreflectie in Word-documenten. Omdat ik mijn doel zo laag stel, denk ik echter dat dat niet nodig is en een herleving van deze website een reële mogelijkheid is.

Laat je het in de reacties weten als je meeleest?

 

Een week zonder Facebook

IMG_3882

Op 31 december, tijdens een retraite, volg ik een workshop zenmeditatie. Tussen de twintig en dertig mensen zitten in een grote cirkel. Onder elke achterwerk schuilt een klein meditatiekussentje, de benen zijn zorgvuldig opgevouwen. De leraar is een jonge man met een Aziatisch uiterlijk. Aan de lenigheid in zijn houding is te zien dat hij al vele uren op het kussentje heeft doorgebracht. Hij vertelt over de kracht van dagelijkse meditatie en over de principes van zen.

De afgelopen twee jaar heb ik zo nu en dan gemediteerd. Vooral op dagen met veel vrije tijd had ik zo nu en dan de neiging om een wekker op een uur te zetten en met gesloten ogen op een stoel te gaan zitten. Meestal voelde ik me behoorlijk goed na zo’n uurtje. Toch was dit zeer sporadisch. De enige periode dat ik echt elke dag mediteerde, was een week in een Boeddhistisch klooster. In de normale weken nam ik er de tijd niet voor.

Tenminste, totdat ik deze nieuwe retraite inging. Precies een jaar na de week in het Boeddhistisch klooster trok ik me weer een week terug, dit keer in een christelijk dominicanenklooster. Het regelmatige dagprogramma, het fijne gezelschap, de mooie plek, het gaf me allemaal een grote innerlijke rust. Ik realiseerde me dat ik me weer net zo voelde als een jaar daarvoor, maar dat ik me daartussenin slechts op bijzondere momenten zo voelde. Ik vroeg me af hoe ik na de retraite het goede gevoel kon doorzetten.

De workshop zenmeditatie gaf me daar concrete handvatten voor. De leraar vertelt dat meditatie lijkt op tandenpoetsen: elke week heeft al nut, maar elke dag is nog beter. Door dit voorbeeld en wat hij eromheen vertelt, realiseer ik me dat ik mezelf op “spiritueel” gebied heb verwaarloosd in het afgelopen jaar. Dit ging niet onbewust: ik had heel duidelijk de overtuiging dat ik mezelf geen structuren wilde opleggen. In de vorige post schreef ik over een spontane productiviteit die ik van mezelf verwachtte. Je zou kunnen zeggen dat ik op spiritueel gebied een spontane verlichting verwachtte. Maar achteraf vind ik beide verwachtingen nogal optimistisch. Je tanden poetsen zich toch ook niet vanzelf?

En zo gebeurde het dat ik mezelf tijdens de workshop voornam om voortaan dagelijks twee keer twintig minuten te mediteren. Het is nu een week later en ik heb nog geen sessie overgeslagen. Ook voel ik daar absoluut niet de neiging om dat wel te doen. Ken je dat gevoel in je mond, wanneer je na drie dagen niet tandenpoetsen je mond eens flink uitborstelt met een frisse tandpasta? Dat gevoel gaf de meditatie mij, elke ochtend en avond weer.

Nu mist u natuurlijk de link met de titel. Die is er wel: nadat ik de meditatiegewoonte had opgestart, ben ik verder gaan denken. Welke gewoontes wil ik in mijn leven inbouwen en welke wil ik juist afleren? Het eerste wat me te binnen schiet, is mijn schandalige Facebookgewoonte. Minstens twintig keer per dag kijk ik op Facebook. Hersenloos blader ik het nieuwsoverzicht door, druk als een geconditioneerde aap op de meest aantrekkelijke clickbaits. Daar wilde ik dus vanaf. Het plan: een week geen Facebook, op een dagelijkse controle voor meldingen na.

Net als de meditatie geeft dit me een erg fris gevoel. Een fijn bijeffect was de toename in productiviteit. Ik was gewend om altijd op Facebook te kijken voordat ik aan een taak begon. Volkomen stupide, maar het gaf een soort gevoel van comfort. Nu ik dat niet meer mocht doen, restte mij weinig anders dan gewoon aan mijn taken werken.

Vorige week schreef ik al: “…dat dingen niet vanzelf gaan en je jezelf soms iets moet opleggen om tot een oplossing te komen.” Toen ging het over productiviteit. In deze blog heeft het betrekking op de introductie van een goede gewoonte en de beëindiging van een slechte. In een week heb ik al meer veranderd in mijn dagelijkse gewoontes dan in de vijf maanden ervoor bij elkaar. En ik zou mezelf niet zijn als ik nu zou stoppen. Andere ideeën voor wekelijkse experimenten zijn: tijdens zittend werk om het half uur kikkersprongen maken, extreem zuinig zijn met gebruiksvoorwerpen (om bij het voorbeeld te blijven: ik gebruik altijd drie keer zoveel tandpasta als ik nodig heb) en mijn nagels knippen in plaats van afbijten. Inderdaad, vrij ordinaire zaken, maar toch de moeite van het veranderen waard.

De zenleraar vertelt waarom je bij zen met open ogen mediteert. Dit heeft een symbolische waarde: meditatie is volgens deze stroming namelijk geen terugtrekking, maar een intensivering van je contact met de wereld. Iets dergelijks kan ik ook zeggen over mijn experimenten: ik beperk mezelf niet, maar geef mezelf juist de vrijheid om te worden wie ik wil zijn.

 

Dingen gedaan krijgen

IMG_2235

De afgelopen maanden worstelde ik met stress en uitstelgedrag. Ik had op elk moment het idee dat ik erg veel moest doen, ook in de weekeinden. Dus besloot ik op een moment om een productiviteitssysteem te adopteren. De kern is dat je voor elke dag een takenlijstje maakt. Een ander onderdeel is dat je elke avond opschrijft hoe de dag ging. Het bracht wat verlichting en ik kreeg een gevoel van controle. Toch bewijzen onderstaande fragmenten dat het niet DE oplossing is voor mij.

“Het is een stom gevoel, ik heb een soort van alle taken van vandaag af, maar toch het gevoel dat het niet genoeg is.”

“Ik voel op deze zondagmiddag weer in een valstrik dreig te stappen: niet duidelijk gedefinieerd wat ik wil doen en daardoor met een vaag en onrustig gevoel ontwijkend gedrag vertonen.”

“Raar dat ik vanochtend niet gewoon meteen begonnen ben met leren maar uitstelgedrag heb vertoond. (…) Ik kijk op tegen leren, stel het uit en kom daardoor niet aan andere zaken toe.”

“Vaag en onbestemd gevoel vandaag, absoluut niet de flow van gisteren.”

De weken gleden weg in vergetelheid, ik kreeg wel het één en ander voor elkaar, maar echt gemakkelijk ging het nog niet. Er waren goede dagen, er waren slechte dagen maar de tendens is dat ik in mijn hoofd heel veel bezig was met de vraag: wat wil ik doen, wanneer doe ik dat en hoe voorkom ik dat ik ten onder ga aan eindeloze gedachten over de eerste twee vragen?

De adoptie van bovengenoemde systeem was al een grote stap. De maanden daarvoor heb ik mezelf namelijk wijsgemaakt dat ik wil leven zonder systeem, zonder regels, zonder planning. Ik had een ideaalbeeld van een soort spontane productiviteit. Ik wilde mezelf niets opleggen, wilde vrijheid voelen. Achteraf gezien beperkte ik mijn vrijheid in door dit ideaalbeeld. Omdat ik geen systeem had, draaide mijn hoofd continu op volle toeren om bij te houden wat ik allemaal moest doen. Dit waren vaak ongedefinieerde gedachten, in de trant van: “o ja, dat essay, en die administratie, o ja en ook nog dat kopen, shit nu ik er aan denk moet ik die opdrachten nog maken, o wacht daar moet ik ook nog aandacht aan besteden, verdorie, ik heb dat al een week niet meer gedaan. AAAAAAAARCH!”

Het was duidelijk, er moest iets gebeuren. Toch was het genoemde systeem niet de oplossing, omdat het me nog geen overzicht gaf van al mijn verantwoordelijkheden, taken en afspraken. Een rigoureuzer oplossing leek noodzakelijk.

Die oplossing diende zich tijdens de kerstvakantie aan in de vorm van het “Getting things done” systeem. Het gaat te ver om alle ins en outs uit te leggen, maar de kern is dat je je hoofd constant leegmaakt. Elke gedachte stop je in een inbox. Die inbox leeg je regelmatig, je stopt dan elke gedachte op de juiste plek in het systeem, zodat je precies weet wat wel een taak is en wat niet. Het systeem vertelt je vervolgens precies wat je nog moet doen. Dit “systeem” is voor mij een computerprogramma, maar het kan ook een notitieboek zijn.

Ik neem mezelf altijd voor om niet te overmoedig te zijn. Toch voelt dit systeem als de oplossing voor een probleem waar ik maanden mee worstelde. Ik heb weer ruimte in mijn hoofd gekregen, waardoor ik bijvoorbeeld weer de rust heb om te schrijven op deze website.

De paradox is natuurlijk dat ik juist door een streng systeem veel meer vrijheid ervaar. Dat is wel een inzicht wat ik deze kerstvakantie heb gekregen, dat dingen niet vanzelf gaan en je jezelf soms iets moet opleggen om tot een oplossing te komen.

Het is nu zondag, en morgen begint een nieuwe periode op de universiteit. Ik ben erg benieuwd of ik de vloed aan verplichtingen en opdrachten nu wel aankan en veel doe zonder het idee te hebben dat ik veel moet doen.

Schulden afbetalen

IMG_2218

Vandaag heb ik voor het eerst in mijn leven een hele dag aan één vak gewerkt. ’s Ochtend om 07:00 stond ik op. Lampen aanzetten, scheren, in mijn kleren schieten, ontbijt maken. Scheppend in mijn bak kwark lees ik nog snel een paar artikelen uit de NRC. Om 08:00 begint het. Vandaag moet ik een schuld afbetalen.

In de eerste periode van het nieuwe jaar heb ik veel hooi op de vork genomen. Ik noem een Honours programma, twee bijbaantjes en een voornemen om elke dag te sporten. Het is dan ook niet gek dat ik op andere gebieden achter ben gaan lopen. Mijn favoriete blogger noemt dit schulden opbouwen. Net zoals je op financiëel gebied schuld hebt als je meer koopt dan je kan betalen, heb je op het gebied van productiviteit schuld als je meer verplichtingen aangaat dan je aandacht te besteden hebt.

Het onvermijdelijke gevolg is dan dat je aan sommige taken of verplichtingen minder aandacht besteed dan je van plan was. Druk zijn is een soort schuld. En schulden hebben de potentie om stress te veroorzaken. Ik geef bijles en denk aan de boeken die ik op dat moment niet lees. Ik lees boeken en denk aan de kilometers die ik op dat moment niet hardloop. Ik loop hard en denk aan het project waar ik die week nog geen tijd aan heb besteed.

Als je meer uren werk op je vork neemt dan je aan uren beschikbaar hebt in een week, ga je achterlopen. In het slechtse geval slaap je door de stress slecht, gaat je productiviteit omlaag en ga je nog meer achterlopen. Hierdoor krijg je nog meer stress, en zo verder.

De oplossing is ogenschijnlijk erg simpel. Je scheldt de schulden kwijt die je hebt gemaakt voor activiteiten die je minder belangrijk vindt en je betaalt de schulden af voor de activiteiten die je wel belangrijk vindt. Je voert deze oplossing een tijdje door en merkt op een dag opeens dat je kamer netjes opgeruimd is, dat alle was is gedaan, dat de e-mail inbox leeg is, dat de financiële administratie is bijgewerkt, dat je ‘bij bent’ met de leerstof van de vakken die je volgt. En dit heb je allemaal gerealiseerd door één of twee activiteiten te laten vallen die eigenlijk toch niet belangrijk voor je waren.

Hier kunnen een vergelijking maken met spullen: je koopt minder spullen, maar wel van een betere kwaliteit. Je geeft minder aandacht uit, maar bent wel heel selectief en geeft alleen aandacht aan zaken die je echt belangrijk vindt.

Het is 17:00. Ik heb mijn schuld afbetaald. Alle leerstof van de hele periode van het vak toxicologie zit nu in mijn hoofd. Dit geeft een bevrijdend gevoel, er knaagt niets meer, of ‘het’ knaagt in ieder geval een stuk minder. De komende week betaal ik de rest van mijn schulden af. En dan moet ik een vraag beantwoorden: welke activiteit offer je op om de komende periode niet weer in de schulden te geraken?

 

 

 

Snelle tijd, langzame tijd en een gezonde maaltijd

IMG_2016

De tent is zeiknat. De zon laat zich nog niet zien. Ik besluit om mijn huisje van polyester in te pakken voordat de eerste stralen erop vallen. Het is zondagochtend, ergens in september. Voor het eerst in mijn leven ben ik meerdere dagen in men eentje op pad. Vijftig uur geleden pakte ik mijn tas in. Dat is de tijd die verstreken is sinds ik thuis wegging. Voor mijn gevoel ben ik al veel langer weg.

Over tijdsbeleving bestaan veel theorieën. Thomas Mann beschrijft er één in “der Zauberberg”. Hij onderscheidt twee manieren van leven: een manier van leven waarin je veel nieuwe ervaringen opdoet en een manier van leven waarin elke dag op de andere lijkt. In dat eerste leven lijken dagen en weken voorbij te vliegen, maar strekt de tijd zich uit als je terugkijkt op maanden en jaren. In het tweede leven lijken dagen en weken eeuwig te duren, maar verdicht de tijd zich als je terugkijkt op maanden en jaren.

De moderne neurologie biedt hier verdere inzichten. Ik zal niet op de technische details ingaan en deze verhandeling dient ook absoluut niet als wetenschappelijk te worden beschouwd, maar toch is de materie te interessant om er hier aan voorbij te gaan. De wetenschap begrijpt nog minder van het geheugen dan van het heelal, maar er zijn aanwijzingen dat de manier waarop het brein informatie opslaat verband houdt met tijdsbeleving. Als je nieuwe ervaringen opzoekt dan slaat je brein die op als losse fragmenten. Als je elke dag hetzelfde doet dan plakt je brein alles over elkaar heen en voelt een week als een dag.

De vraag is nu: wat wil je? Wil je een constant en regelmatig leven? Je brein plakt dan alle informatie over elkaar heen en na een paar decennia vraag je je af waar de tijd is gebleven. Dat klinkt niet heel erg aantrekkelijk.

Of wil je een dynamisch leven waarin je elke dag als een nieuw avontuur ziet? Je vermijdt de sleur, doet elke dag minimaal vier nieuwe dingen, de dagen vliegen voorbij en na vijftig jaar kijk je voldaan terug op een tijd waarin je het maximale uit jezelf hebt gehaald. Zo zou ik wel willen sterven.

Nu dacht je natuurlijk dat het klaar was! Het wenselijke einddoel is gedefinieerd, nu rest ons alleen nog het volbrengen van de weg ernaar toe. Ik dacht het niet! Bovenstaande is naar mijn mening een uitermate slechte manier van reflectie op het leven, omdat niet het leven zelf, maar de terugblik erop vlak voor de dood als richtlijn wordt genomen. Elke onderneming waarin een mens of een groep mensen met oogkleppen op richting een einddoel afstormt, is gedoemd te mislukken.

Wat is nu belangrijker, dat ene moment op het einde van je leven waarin je terugkijkt, of de dag van vandaag, de dag van morgen en de dag van overmorgen, de dagen waarop je daadwerkelijk leeft? Met mijn vader sprak ik hierover. Hij zei: “het is niet wenselijk om vervelende dingen te doen om een mooi einddoel in de toekomst te bereiken. Stel, ik moet elke dag vieze doch gezonde maaltijden eten om vijf jaar aan mijn leven te plakken. Dan kies ik liever voor een korter en plezieriger leven dan voor een lang en onplezierig leven!”

Hierboven sprak ik over het regelmatige leven waarin elke dag op de andere lijkt en het onregelmatige leven waarin elke dag anders is. De vraag is nu welke van de twee analoog is aan de vieze en gezonde maaltijd en welke aan de lekkere en ongezonde maaltijd.

In mijn eigen ervaring is het onregelmatige leven het “lekkerst”. Ik kan genieten van verandering en gruwel van dagen en weken die inwisselbaar zijn. Als we de redenering weer even doorvoeren komen we tot de uiteindelijke conclusie dat het gewenste einddoel, namelijk de terugblik op een voldaan en lang leven gepaard gaat met een voor mij uitstekende levenskwaliteit. Kortom, de lekkere maaltijd is ook gezond. Is deze incoherente gedachtenstroom bestaande uit losjes aan elkaar hangende stukjes dan een pleidooi voor een leven waarin geen dag op een andere lijkt?

Ja, dat is het.

Studentenvrijheid

IMG_1553

Dinsdag, kwart over één in de middag. De advocaat zit achter zijn bureau. De stratenmaker legt een steen. De politicus geeft voor de camera uitleg over de begroting die minister Dijsselbloem vandaag presenteert. Ik werk me uit de naad in de sportschool van de universiteit.

Als student heb je de volledige beschikking over je eigen dagindeling. Om kwart over één in de middag kan je sporten, boodschappen doen, vergaderen, werken, slapen of studeren. Als je het, in onze samenleving, meest bewandelde pad loopt, dan is de studententijd een korte tijd van vrijheid, ingesloten tussen het juk van de middelbare school en de eentonige werktijden van de burgerlijke baan.

Alhoewel, dat gold vooral voor de studenten van een paar decennia terug. Tegenwoordig is de kans groot dat je na je studie een flexwerker bent. Deze ontwikkeling moedig ik alleen al aan vanwege het feit dat je dan de opgedane kennis op het gebied van timemanagenent verder in de praktijk kan brengen.

Nu is natuurlijk de vraag hoe goed studenten na een studie met hun tijd kunnen omgaan. De jeugdelijke opstandigheid en onbezonnenheid zullen een nuttig gebruik van de tijd tegenwerken, waarentegen de nieuwste kabinetsmaatregelen zoals de boete voor langstudeerders dit zullen stimuleren.

Zelf ben ik wat betreft timemanagement toch wel een buitenbeentje. Op de middelbare school kreeg ik het idee dat ik de tijd die ik niet aan school besteedde, “nuttig” in moest delen. Dit hield in dat ik geen Playstation kocht en nooit naar voetbalwedstrijden op de televisie keek. Ik hield me in plaats daarvan bezig met filosofie en de kunst van het koken. Mijn ideeën over vrije tijd waren dus evident tegengesteld aan die van mijn leeftijdsgenoten.

Het mooie van de studententijd is, dat je zelf kiest of je leert, gamed, werkt of sport. Het is de tijd waarin je voor het eerst écht wordt geconfronteerd met de consequenties van je gedrag. Je plukt de vruchten van je inspanning, of je komt erachter dat je met het huidige niveau van inspanning nooit een papiertje gaat halen. Je wordt er hoe dan ook niet slechter van.

Inmiddels is het ’s avonds en schrijf ik deze column. Een huisgenoot kookt samen met vrienden de avondmaaltijd en iemand anders is nu Lacrosse aan het spelen. Sporten om kwart over één, mij bevalt het wel.