De wereld is een speeltuin

door-utrecht-lopen

Ik loop door een kruidentuintje omgeven door een zuilengalerij. Uit een raam op de tweede verdieping klinkt de zang van een operazangeres. Een bejaard echtpaar spreekt een schoonmaker aan die plastic uit het tuintje moet verwijderen.

Vorige week zaterdag werd ik getroffen door deze situatie. Ik typte bovenstaande dus meteen in op mijn telefoon, om het fragment vast te leggen. Een uur daarvoor fietste ik door Rhenen met het plan om boodschappen te gaan doen bij de Jumbo. Opeens kreeg ik het idee om de trein naar Utrecht te pakken en daar te gaan wandelen. Een paar dagen daarvoor had ik immers mijn OV omgezet van week naar weekend, waardoor het me geen cent zou kosten om naar Utrecht te gaan. Zo gezegd, zo gedaan, vijf minuten later zat ik in de sprinter en een half uur daarna liep ik door Utrecht.

Ik probeerde Utrecht met andere ogen te zien. Ik was er niet met een specifiek doel, wilde gewoon rondlopen om te kijken of ik iets moois tegenkwam. Ook observeerde ik mijn gedachten. Ik kwam erachter dat ik niet zomaar op een bankje in een parkje voor me uit durf te kijken. Dat is immers vreemd gedrag voor een jongen van mijn leeftijd. Wat ik wel durf is op een bankje in het park naar mijn mobiel kijken. Dat is immers normaal gedrag voor een jongen van mijn leeftijd. Nu had ik natuurlijk de uitdaging aan kunnen gaan: op dat bankje zitten, om me heen kijken en erachter komen waarom ik daar bang voor ben. Dat deed ik niet en dus liep ik door.

Even daarvoor, op Utrecht centraal, werd ik met een andere angst geconfronteerd. Ik zag carnavalvierders en werd zenuwachtig bij het idee een groepje tegen het lijf te lopen dat ik kende. Kleine kans, maar toch. Wat zal ik dan tegen ze zeggen? Dat ik hier ‘zomaar’ ben? ‘Ah!’ denk ik dan opeens. ‘Ik kan gewoon zeggen dat ik hier in Utrecht boodschappen aan het doen ben, dan is het niet raar meer.’ Wat is dat toch, dat ik het moeilijk vind om te laten zien dat ik het heerlijk vind om zomaar door Utrecht heen te lopen? Dat ik twijfel om zomaar op een bankje in het park voor me uit te zitten kijken?

Nu moet ik hier wel de kanttekening bij plaatsen dat mijn bezoek aan Utrecht absoluut niet overheerst werd door bovenstaande angsten. Het waren eerder terugkerende gedachten die ik opmerkte. Het overkoepelende thema is dat toen ik door Utrecht liep, die omgeving gedachten bij mij opriep. De combinatie van wat ik zag, hoorde en rook, beïnvloedde mijn gedachten. Tot nu toe nog geen wereldschokkende inzichten. Misschien dat je er zo nog niet eerder over had nagedacht, maar ik denk dat iedereen ziet dat dit simpelweg de manier is waarop ons brein functioneert.

Wat interessanter is, is wat de gedachten die de omgeving oproepen vervolgens met je gevoel doen. De gedachten die ik hierboven beschreef, laten mij me minder kalm voelen. Ik word gejaagder, gehaaster, meer gestrest en als ik niet doorheb dat dat met mij gebeurt, kan het zo zijn dat ik opeens sterk het gevoel krijg dat ik de stad uit wil, naar huis. En dat zou jammer zijn, want ik vlucht dan niet voor een echt gevaar, maar voor een ingebeeld gevaar dat ook nog eens irrationeel is. Gelukkig gebeurde het niet en kon ik rustig genieten van mijn stadswandeling. Dit schrijf ik zelf toe aan het feit dat ik me bewust was van de gedachtes. Ik realiseerde me dat ze niet echt waren, dat door de omgeving automatische patronen geactiveerd werden.

En daarmee was de stadswandeling voor mij een succesvolle toepassing van mindfulness. Ik koos er bewust voor om door een druk centrum te lopen om te zien wat dat bij me op zou roepen. Door aandachtig bij de ervaring te blijven en me niet mee te laten voeren door mijn gedachten, heb ik mijn comfort zone uitgebreid.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *