Mag je van de Boeddha aan koffie verslaafd zijn?

IMG_20141005_201603

Vrijdagavond heb ik thuis op de bank wat alcoholische consumpties genuttigd en toen ik de ochtend daarop wakker werd, las ik over het experiment van een andere blogger om een maand lang geen alcohol en cafeïne tot zich te nemen. In zijn artikel daarover legt hij heel schematisch en duidelijk uit welke vragen hij met het experiment wilde beantwoorden en geeft hij ook de antwoorden op die vragen.

Zelf heb ik wel eens besloten om een week geen koffie te drinken. Het ging prima, ik had ‘s ochtends wel erg veel zin in een bak zwarte drab, maar ervoer geen ontwenningsverschijnselen. Na die week ben ik weer koffie gaan drinken, puur omdat ik het zo lekker vind. Het experiment was nuttig in die zin dat ik erachter kwam niet verslaafd aan koffie te zijn. Of was ik het toch wel? In de eerste beschrijving van zijn experiment verwijdt de zojuist genoemde blogger de definitie van verslaving en laat er ook “attachments” onder vallen. In het Nederlands het best vertaald als ”gehechtheden”. Verslaving zou je kunnen zien als een vorm van gehechtheid die serieuze en dramatische consequenties heeft voor de manier waarop je je leven leidt.

Maar waar hebben we het over als we het over gehechtheden hebben? Gehechtheid kan je zien als de traditionele uitleg van wat lijden is, volgens de blogger die ik nu voor de derde keer aanhaal. Elke vorm van irritatie, boosheid of afgunst die je tegenkomt, is een teken dat iemand niet krijgt wat hij of zij verlangt. Als ik boos ben omdat de trein te laat is, concludeer ik dat ik gehecht ben aan punctualiteit. Als ik geïrriteerd ben als iemand zijn of haar neus ophaalt, dan ben ik gehecht aan de afwezigheid van mensen die hun neus ophalen. Als we deze gehechtheden kwijt raken, winnen we vrijheid omdat we niet afhankelijk zijn van de omstandigheden om ons heen voor onze innerlijke gemoedsrust.

Dan weer terug naar mijn ochtendkoffie. Volgens onze werkdefinitie ben ik gehecht, misschien wel verslaafd aan deze stimulerende substantie. Dit perkt mijn vrijheid in, omdat er minder denkbare omstandigheden zijn waarin ik floreer. Anders gezegd, als de koffie op is, word ik chagrijnig. Dit realiseer me al maanden, maar toch heb ik nog geen stappen genomen om met mijn ochtendkoffie te stoppen. Immers, als ik een week geen koffie drink wen ik daar ook weer vanzelf aan. Waarom dan nu moeite doen om je voor te bereiden op situaties waarin datgene waaraan je gehecht bent je wellicht wordt ontnomen?

Om die laatste vraag te heroverwegen gaan we toch weer terug naar de trein die te laat is en de mensen die hun neus op halen. Er is namelijk een belangrijk verschil tussen mensen en treinen aan de ene kant en koffie aan de andere kant. De hoeveelheid koffie in mijn keuken kan ik controleren. Ik weet met bijna volledige zekerheid dat als ik morgen naar de supermarkt ga, er honderden pakken koffie op een potentiële koper liggen te wachten. Ook weet ik bijna zeker dat mijn koffie ‘s nachts niet gestolen wordt en dat het koffiezetapparaat naar behoren werkt als ik mijn brouwsel wil gaan maken. Samengevat weet ik met bijna volledige zekerheid dat ik morgen weer met mijn neus boven een kop dampende, zwarte glorie hang.

Dan de mensen en de treinen. Ik heb geen idee of de trein op tijd komt. Ik heb geen idee of er in mijn omgeving iemand is die zijn neus op gaat halen. Het zou dus behoorlijk vervelend kunnen uitpakken als ik toch gehecht ben aan de punctualiteit van de trein of de afwezigheid van mensen die hun neus ophalen.

Nu ik bovenstaande teruglees lijk ik net een zelfhulpauteur. Er ontbreekt alleen nog een conclusie in dik gedrukte letters: hecht je dus niet aan uitkomsten die je niet kan controleren. Toch wilde ik daar dit stuk niet mee afsluiten. Is het immers erg om iets te verlangen en het niet te krijgen? Is het erg om geïrriteerd, boos of afgunstig te zijn? Is het wel wenselijk om nergens aan gehecht te zijn, wordt je dan niet een apathische nihilist, die niets geeft om de toestand van de wereld? Misschien is voor jou het antwoord op deze drie vragen wel drie maal “nee”.

Maar stel nou dat elke vorm van ongelukkigheid, lijden en verdriet in je leven veroorzaakt is een vorm van gehechtheid? Dat er een vorm van tevredenheid en innerlijke rust mogelijk is als je je onthecht? Laten we naar de Boeddha gaan voor suggesties van antwoorden op deze vragen. De Boeddha formuleerde de vier nobele waarheden. Kort samengevat: er is lijden (Dukkha), dit lijden heeft een oorzaak, het kan opgegeven worden en er is een pad naar de opheffing van dit lijden.

Dit is niet zomaar een theoretisch verhaaltje. De Boeddha zei dit niet zodat wij het tweeduizend jaar later op een Wikipediapagina kunnen lezen om vervolgens te denken: interessant, weer wat geleerd, nu weer verder. De Boeddha zei dit uiteraard omdat het hem van het grootste belang leek dat ieder zich dit voor zichzelf realiseerde. Hij had volgelingen toen hij leefde, je hebt geen volgelingen als je ze niets bij te brengen hebt.

Ik geloof persoonlijk dat mensen een gemoedstoestand kunnen bereiken waarin er geen lijden is, wat dat lijden dan precies mogen zijn. Anders gezegd, die Boeddha, die had het ergens over. Over iets concreets, iets haalbaars. Ik geloof ook dat het belangrijk is die gemoedstoestand voor mezelf te realiseren. Daarom zit ik elke dag op een kussentje te mediteren. Dit is meteen paradoxaal, omdat ik daardoor weer lijk te streven naar iets. Toch schijnt het te helpen. Al drink ik nog steeds elke ochtend een sloot koffie.

 

 

2 Comments

  1. Hallo Bram,
    Vanmorgen, zondag, sla ik een boek open van mijn favoriete schrijver en lees het volgende:
    Wat het ego zoekt en waar het zich aan hecht zijn surrogaten voor het Zijn dat het niet kan voelen. Je kunt dingen waarderen en erom geven (bijv. koffie drinken, opa) maar als je eraan gehecht raakt, weet je dat het ego aan het werk is. En je bent nooit echt gehecht aan een ding maar aan een gedachte waar ‘ik’ , ‘mij’ of ‘mijn’ in voorkomt. Telkens als je iets helemaal aanvaardt, laat je het achter je en dan komt wie je bent, het ik Ben dat bewustzijn zelf is, te voorschijn.
    …… Dat is de vreugde van Zijn. Je kunt het niet denken, Zijn moet je voelen. (Bijv. als je op je kussentje zit, opa.)
    Toen ik dit las moest ik aan jouw hersenspinsel denken. Opa.

    1. Hallo opa,

      Bedankt voor je mooie reactie! Voor mijn gevoel sluit de tekst die je citeert goed aan bij wat ik heb geschreven, of andersom natuurlijk. Ik vind het mooi dat niet gehecht zijn betekent dat je nog wel steeds iets kan waarderen en erom kan geven. Het is aan ons eigen onderzoekend vermogen om uit te vinden wanneer waardering overgaat in gehechtheid.

      Warme groet,

      Bram

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *