Voorbij de tariërs en isten

img_5749

Laat ik hiermee beginnen: ik vind het absoluut niet interessant om in te gaan op de redenen om meer plantaardige voeding te eten.  Andere schrijvers zijn daar namelijk veel beter in dan ik. Dit artikel gaat over een manier om drastisch je consumptie van dierlijke producten te minderen, zonder een tariër of ist te worden (vegetariër, veganist, flexitariër, pescotariër). Toch begin ik het artikel met een omschrijving van de reden om minder vlees te eten die mij eindelijk van de noodzaak ervan overtuigde. Na deze moralistische boodschap zal ik snel overstappen op de introductie van ‘plantaardig eten als nieuwe standaard’.

Ik las laatst net als Rutger Bregman een artikel van een bekende historicus over de bio-industrie. Net als Rutger Bregman had het artikel veel impact op mij. Ik eet best veel zuivel, eieren en vlees, ondanks de geluiden over de impact op het klimaat die je hierover hoort. In het artikel wordt een reden om minder vlees te eten gepresenteerd waar geen speld tussen te krijgen is: de dieren in de bio-industrie zijn ontzettend talrijk en ze leven op een manier die nauwelijks aansluit bij hun natuurlijke behoeftes, waardoor ze lijden. Door deze harde redenering trok ik voor het eerst in vier jaar mijn vleesconsumptie serieus in twijfel. En ook mijn zuivel- en eieren consumptie, want die veroorzaken precies hetzelfde leed.

Toen ik andere artikelen van Yuval Noah Harari opzocht, vond ik een artikel van de Guardian van zijn hand. Er stonden heel veel reacties over, waaronder andere argumenten om geen vlees te eten, persoonlijke ervaringen met veganisme en mokkende opmerkingen over de moralistische toon van het artikel. Ik heb goed gezocht, en kon maar één argument vinden om wel vlees te eten: “het is zo lekker”. Dat verbaasde mij toch wel. Zelf eet ik best veel zuivel en vleesproducten, maar ik heb er nooit bij stilgestaan dat er wel erg weinig redenen zijn om dat te doen.

Maar is het dan niet moeilijk om plantaardig te eten? Nee. Makkelijke opties zijn er genoeg. Het belangrijkste om voor te zorgen is dat je elke dag verschillende granen en verschillende peulvruchten eet. Havermout met pindakaas bij het ontbijt, volkoren brood met hummus bij de lunch en een linzencurry met rijst bij het avondeten. Op die manier krijg je voldoende eiwitten van goede kwaliteit binnen. Verder is er kans op een vitamine B12 tekort als je echt geen dierlijke producten meer eet. Maar dat stel ik niet voor, zie hieronder.

Tot zover niets nieuws. Maar dan mijn voorstel: ‘plantaardig eten als nieuwe standaard’. Ik kies er zelf niet voor om veganist of vegetariër te worden, omdat ik vind dat ik mezelf dan onnodig restricties op leg. Ik wil eens in de zoveel tijd kunnen genieten van een goed ambachtelijk vleesgerecht, van goede kaas of een omelet. Ook wil ik niet aan anderen opleggen hoe zij voor mij moeten koken. Ik wil zelf veganistisch koken als ik mensen op bezoek heb, maar tegelijkertijd zal ik alles eten wat ze me voorschotelen als ik bij hen op bezoek ben. Ik wil mezelf niet vervreemden van vlees.

Toch kies ik er ook niet voor om mezelf flexitariër te noemen, al is dat misschien de term waar je bij bovenstaande alinea aan denkt. Het begrip flexitariër suggereert wat mij betreft dat je bewust voor een aantal vleesloze dagen in de week kiest. Ik vind dat het daarmee niet ver genoeg gaat voor mij, omdat je dierlijke producten nog steeds als de standaard ziet en het ook zomaar zou kunnen dat je een omelet met kaas eet op je ‘vleesloze dag’. Voor die omelet met kaas is het nog steeds nodig dat er dieren een onnatuurlijk bestaan in stallen leiden, dus door dat te eten zou ik mijn doel voorbij schieten.

Wat ik wil, is om als standaard veganistisch te koken en te eten, maar om tegelijkertijd zeer flexibel te zijn in situaties waarin ik bij iemand anders eet of op een menukaart een optie moet uitkiezen. Daarbij zie ik vlees, zuivel en eieren eten in die flexibele situaties niet als een noodgedwongen kwaad, maar als goed eten waar ik ook gewoon van kan genieten. Nu is natuurlijk de vraag: kan je nog genieten van een gerecht als je weet dat het bijdraagt aan klimaatverandering en dieren er een onnatuurlijk bestaan in stallen voor hebben gehad? Nu ben ik misschien wel erg pragmatisch, maar ik zie geen redenen om er niet van te genieten. Als het al voor mijn neus staat omdat iemand anders het voor me heeft gekookt, wat heeft het dier dat ervoor gestorven is er dan aan dat ik daar met een pruillip ga zitten? Het verslechtert alleen maar de sfeer aan tafel.

Dit alles is niet bedoeld om tariërs en isten een schuldgevoel aan te praten. Dit artikel is puur bedoeld als een omschrijving van het eetpatroon waar ik mezelf het beste in kan vinden. Ik vind het belangrijk om dit te delen omdat ik dit geluid niet vaak hoor. Wat ik hier voorstel is aan de ene kant radicaal, omdat je niet zomaar een vleesloze dag inlast maar in feite ervoor kiest om alleen nog maar plantaardige producten in je winkelkarretje te leggen. Aan de andere kant is het totaal niet radicaal, omdat je jezelf niets verbiedt en nog wel degelijk kan genieten van gerechten met dierlijke producten. Vergelijk deze keuze over de consumptie van plantaardige versus dierlijke producten maar eens met de keuze over de consumptie van zelfbereid versus kant-en-klaar eten. Je standaard is om zelf ingrediënten in de supermarkt te kopen en daarmee te koken, omdat dit financieel veel gunstiger is dan kant-en-klaar eten. Je verbiedt jezelf echter niet om kant-en-klaar eten te kopen, omdat het soms gewoon goed uitkomt om een maaltijdsalade te eten. Dit is echter altijd de uitzondering.

Dit is hoe ik op dit moment denk over de consumptie van dierlijke producten. Ik realiseer me dat dit betoog niet sluitend is, dat het hier en daar wringt. Toch publiceer ik het op deze manier, omdat het goed is dat er open vragen zijn en dat we daarover blijven nadenken. Ik ben dan ook benieuwd naar de inhoudelijke reacties hierop.

Ik denk dat we mild naar onszelf en naar anderen moeten zijn als het om dit soort ethische keuzes gaat. Dit begint ermee dat we constateren dat we allemaal op een bepaalde manier een negatieve impact hebben op de wereld om ons heen. We veroorzaken (milieu)schade en dierenleed door producten te kopen. Dit is een gegeven en dat maakt dat het geen zin heeft om anderen aan te vallen omdat ze schade veroorzaken. We zitten wat dit betreft allemaal in hetzelfde schuitje. Wat ik voorsta, is om het gesprek te blijven voeren over hoe we ethisch juiste keuzes kunnen maken. Een beweging richting een levensstijl die minder impact heeft is belangrijker dan perfect zijn.

En dus sluit ik me aan bij wat in een vervolgartikel van Rutger Bregman genoemd wordt: “het is beter om inconsequent het goede te doen dan consequent het verkeerde”. Al zou ik dat persoonlijk wel willen omschrijven naar: “het is beter om inconsequent het goede na te streven, dan er consequent voor te kiezen dit niet te doen”.

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *